34. Onder de zonden die om groter boetvaardigheid en bekering
vragen, horen zeer zeker die welke de door God voor zijn volk gewilde
eenheid hebben geschaad. Meer nog dan gedurende het eerste millennium heeft
de kerkelijke gemeenschap tijdens de nu bijna voltooide duizend jaar "soms
niet zonder schuld aan beide zijden" 17 smartelijke scheuringen
gekend die heel duidelijk in strijd zijn met ChristusÕ wil, en die voor de
wereld een ergernis betekenen. 18 Helaas, de last van deze zonden uit
het verleden doet zich ook nu nog gevoelen; ze zijn ook in onze tijd als het
ware blijvende bekoringen. Er moet openlijk schuld worden bekend en Christus
moet met grote aandrang om vergeving worden gesmeekt.
In deze laatste jaren van het millennium moet de kerk met groter vurigheid de
heilige Geest vragen om de genade van de eenheid van de christenen. Voor
het evangelisch getuigenis in de wereld is dat van doorslaggevende betekenis.
Vooral na het Tweede Vaticaans Concilie zijn er met grote edelmoedigheid en
inzet talrijke oecumenische initiatieven genomen; men mag wel zeggen dat heel
het doen en laten van de lokale kerken en van de Heilige Stoel in de afgelopen
jaren sterk oecumenisch gekleurd was. De Pauselijke Raad voor de Bevordering
van de Eenheid der Christenen is een van de voornaamste centra geworden van
waaruit de beweging naar volledige eenheid wordt gestimuleerd.
Maar wij weten allemaal dat het bereiken van dit doel niet alleen het resultaat
kan zijn van menselijke inspanningen, hoe noodzakelijk die ook zijn. Uiteindelijk
is de eenheid een gave van heilige Geest. Van ons wordt gevraagd dat wij
het schenken van die gave bevorderen, zonder ons te laten verleiden tot
oppervlakkigheden of tot bepaalde reserves bij het getuigen van de waarheid.
Gevraagd wordt dat we de door het Concilie gegeven richtlijnen en de daarop
volgende documenten van de Heilige Stoel edelmoedig in praktijk brengen. Het
zijn richtlijnen die ook door veel niet in volledige verbondenheid met de
katholieke kerk levende christenen gewaardeerd worden.
Dat is dus een van de opdrachten voor de christenen op weg naar het jaar 2000.
Het naderbijkomende einde van het tweede millennium nodigt ons allen uit tot
een gewetensonderzoek en tot goede oecumenische initiatieven, zodat wij
bij het grote Jubileum misschien niet tot volledige eenheid zullen zijn
gekomen, maar dat toch het overwinnen van de verdeeldheden uit het tweede
millennium veel dichterbij zal blijken te zijn. Iedereen begrijpt dat
daarvoor een grote inspanning nodig is. Men moet de dialoog over de leer
voortzetten, maar zich vooral meer wijden aan het gebed om de eenheid van de
christenen. Sinds het Concilie is het bidden om de eenheid intenser
geworden, maar er moet met nog meer aandrang worden gebeden, en steeds meer
christenen dienen aan dit gebed deel te nemen, overeenkomstig de grote bede van
Christus vòòr zijn lijden: "Vader ..., mogen zij ook één zijn in ons"
(Joh 17,21).
|