Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | de patriarchen waarheen zij moesten gaan (vgl. Gn 12)
2 Inl,1 | gave van het geloof die zij tot het welzijn van allen
3 Inl,2 | de band van communio die zij met de universele Kerk delen.
4 Inl,4 | zijn blootgesteld, baden zij: "Ik heb vertrouwen. Kom
5 Inl,4 | Geest bevestigd in hetgeen zij verhoopten, hebben de synodevaders
6 I,5 | tijd en plaats en vervult zij daar haar zending. Wil het
7 I,6 | wijsgerige beschouwing. 10 Zij koesteren waarden als eerbied
8 I,6 | het bijzonder beschouwen zij het gezin als een vitale
9 I,7 | allerarmsten onder de armen".16 Zij blijft een voorbeeld hoe
10 I,8 | situatie in de landen waarin zij haar missie wil vervullen.
11 I,9 | apostelen het Woord en stichtten zij kerken. Het is goed om te
12 I,9 | de derde eeuw en daarna. Zij waren bron van geestelijke
13 I,9 | als zodanig erkende als zij die alleen door God zijn
14 I,9 | duidelijke wijze getuigen zij hoe belangrijk het is een
15 II,10 | geloof in Jezus Christus, en zij mag dit kostbaar licht van
16 II,10 | houden (vgl. Mt 5,15), want zij heeft de opdracht het met
17 II,10 | Christus heeft gevonden, wil zij aanbieden aan alle volken
18 II,10 | volheid van leven zodat zij tot dezelfde communio kunnen
19 II,10 | heeft ontvangen en waaraan zij met de Kerk van alle geslachten
20 II,10 | en plaatsen vasthoudt".37 Zij hebben daarom hun overtuiging
21 II,10 | in Jezus is een gave die zij ontvangen heeft en waarin
22 II,10 | ontvangen heeft en waarin zij moet doen delen; het is
23 II,10 | houden." 39 En verderop: "Zij die ingelijfd zijn in de
24 II,11 | nabij, en Hij verklaarde dat zij waarlijk gelukkig waren,
25 II,11 | voor hen plaats was, indien zij zich afwendden van hun zondig
26 II,13 | eerstgeboren Zoon, opdat zij de gerechtigheid zou kunnen
27 II,13 | mensheid hersteld; ook heeft zij een nieuwe onderlinge verbondenheid
28 II,14 | hun diepste vragen, zien zij hun verwachtingen in vervulling
29 III,15 | door het doopsel ervaren zij de aanwezigheid en kracht
30 III,17 | voltooiing te brengen, is zij de kiem van het Rijk van
31 III,17 | het Rijk van God en ziet zij verlangend uit naar de uiteindelijke
32 III,17 | herinnert de Kerk eraan dat zij geen doel in zich is; in
33 III,17 | in zich is; in alles wat zij is en in alles wat zij doet,
34 III,17 | wat zij is en in alles wat zij doet, bestaat zij om Christus
35 III,17 | alles wat zij doet, bestaat zij om Christus en het heil
36 III,18 | volkeren van Azië, want zij zoeken naar de volheid van
37 III,18 | Kerk weet zeer goed dat zij haar opdracht alleen door
38 III,18 | heilige Geest kan vervullen. Zij is geroepen om waarachtig
39 III,18 | de Kerk in Azië, terwijl zij zich opmaakt om het nieuwe
40 IV,19 | Mt 28,18-20). Zeker als zij waren van de onfeilbare
41 IV,19 | uitvoering van deze opdracht: "zij trokken eropuit om overal
42 IV,19 | worden. Maar hoe kunnen zij iemand aanroepen in wie
43 IV,19 | iemand aanroepen in wie zij niet geloven? Hoe kunnen
44 IV,20 | uiteenlopende situaties in Azië, en zij "de waarheid spreekt in
45 IV,20 | een ‘verlicht wezen’. Maar zij vinden het moeilijk Hem
46 IV,20 | invloed van de cultuur waaruit zij afkomstig waren, en het
47 IV,20 | dergelijke beelden noemden zij: "Jezus Christus als Leraar
48 IV,20 | meespelen. Ook benadrukten zij dat deze inculturatie van
49 IV,21 | bepaald door de cultuur waarin zij leven. Zoals mensen en samenlevingen
50 IV,21 | werk te gaan, en dienen zij het geloof geheel te integreren
51 IV,21 | begrijpelijke wijze wat zij is en wordt zij een meer
52 IV,21 | wijze wat zij is en wordt zij een meer geschikt werktuig
53 IV,21 | verlossing aanbiedt, streeft zij ernaar hun cultuur te begrijpen.
54 IV,21 | kwesties en moeilijkheden, wat zij hopen en waarvan zij dromen.
55 IV,21 | wat zij hopen en waarvan zij dromen. Wanneer ze dan deze
56 IV,21 | kennen en verstaan, kan zij met de heilsdialoog een
57 IV,22 | beleden geloof, en daar zij het erfgoed is van de gehele
58 IV,22 | leven. 104 Daartoe stelden zij voor, een nieuw centraal
59 IV,22 | leven dient te blijken dat zij oog hebben voor het religieus
60 IV,22 | van de mensen onder wie zij leven en die zij dienen;
61 IV,22 | onder wie zij leven en die zij dienen; natuurlijk wordt
62 IV,23 | eenheid met Hem wiens zending zij voortzet. Missie is een
63 IV,23 | moeten de boodschap die zij verkondigen in hun leven
64 V,24 | zijn begraven, zodat ook zij, zoals Christus door de
65 V,25 | werkten en baden, waren zij als het ware de belichaming
66 V,25 | particuliere Kerken waaraan zij in liefde leiding geven.
67 V,25 | culturen en volkeren waarmee zij in contact zijn.~Iedere
68 V,25 | kerkelijke communio waardoor zij zich Kerk mag weten. De
69 V,25 | parochie en van het diocees. Zij die betrokken zijn bij verenigingen
70 V,26 | ondersteuning en bemoediging hebben zij een billijker verdeling
71 V,27 | tijd der apostelen hebben zij een kostbaar geestelijk,
72 V,28 | gekruisigde Heer; zoals zij, weten wij immers dat alleen
73 V,28 | om die Kerken te helpen. Zij die omwille van hun geloof
74 V,29 | toevertrouwde zending durft zij naar de volkeren van de
75 V,31 | kerkelijke gemeenschap waartoe zij behoren het gebruikelijke
76 V,31 | met anderen aangaan moeten zij zoals hun Meester nederig
77 V,31 | van harte zijn, en mogen zij zich nooit hoogmoedig of
78 V,31 | genade en zending, waardoor zij onder de volkeren van de
79 VI,32 | onderscheid, en streeft zij ernaar om samen met hen
80 VI,32 | wijze zichtbaar maakt hoe zij aan arme en weerloze mensen
81 VI,32 | van de ontwikkeling als zij de waarheid over Christus,
82 VI,32 | aangeven op welke wijze zij de menselijke vooruitgang
83 VI,33 | uit de samenleving".170 Zij stelden dat heel het volk
84 VI,34 | vrouwen en kinderen, want zij zijn vaak slachtoffer van
85 VI,34 | opzicht ontheemd, hebben zij een taalhandicap en zijn
86 VI,34 | lasten gebukt gaan, want zij weet dat ze rust zullen
87 VI,34 | ze vaak op de plaats waar zij woont of werkt, en zelfs
88 VI,37 | plaats te verwerven waar zij als volwaardige burgers
89 VI,38 | vervulling gaat: "Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen
90 VI,41 | Zolang de aarde en hetgeen zij aan mogelijkheden bezit,
91 VI,41 | ontbreken. 200 Christenen en zij die God zien als Schepper
92 VI,41 | menselijke ontwikkeling, zij uitgingen van de fundamentele
93 VII,43 | hart is uitgestort, kunnen zij die opdracht uitvoeren (
94 VII,43 | de juistheid van hetgeen zij leren en voor hun volledige
95 VII,43 | bij de gemeenschappen die zij in naam van Christus voorgaan
96 VII,44 | en op Hem gericht, willen zij die zich met dit werk bezighouden
97 VII,45 | wortelen in de wereld, waar zij de meest verschillende taken
98 VII,45 | vorming van de leken zodat zij evangelieverkondigers worden
99 VII,47 | verantwoordelijkheden die zij hebben voor de toekomst
100 VII,47 | samenleving en Kerk; tegelijk wil zij hun bemoediging en steun
101 VII,48 | belangrijk geworden dat zij voor velen het voornaamste
102 VII,49 | van het Lam in wiens bloed zij hun kleren hebben witgewassen (
103 VII,49 | witgewassen (vgl. Apk 7,14). Mogen zij de onoverwinnelijke getuigen
104 Conclu,50| dit grote continent. God zij gezegend omwille van de
105 Conclu,50| dichtbevolkte continent zijn zij die in Christus geloven
106 Conclu,50| schuchtere minderheid, hebben zij een levendig geloof en zijn
107 Conclu,50| maar dapper gedrag hebben zij invloed uitgeoefend op de
108 Conclu,50| 2). Hun sterkte ontlenen zij aan de onmetelijke kracht
109 Conclu,50| vervullen van de zending die zij ontvangen hebben van de
110 Conclu,50| bestaat in het feit dat zij met de menigte van volkeren
111 Conclu,51| genegenheid koesteren, en die zij vereren als hun moeder en
|