Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | bevrijding" (Ps 68,20) omdat Hij zijn heilsplan heeft willen
2 Inl,1 | zijn heilsplan in Azië.~Hij wees aan de patriarchen
3 Inl,1 | te leiden (vgl. Ex 3,10). Hij sprak tot het door Hem uitverkoren
4 Inl,1 | gekomen was" (Gal 4,4) zond Hij zijn eniggeboren Zoon, Jezus
5 Inl,1 | ophouden: "Dank de Heer, want Hij is goed, zijn liefde kent
6 Inl,1 | verwachtingen van zijn volk heeft Hij tot de zijne gemaakt. Hij
7 Inl,1 | Hij tot de zijne gemaakt. Hij heeft van dit volk gehouden
8 Inl,2 | verhelderen en verdiepen, waarbij Hij duidelijk onderscheiden
9 I,5 | de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft
10 I,9 | zijn leerlingen en zond Hij hen tot aan de uiteinden
11 II,11 | het nederige Betlehem was Hij even weerloos als ieder
12 II,11 | heerser (vgl. Mt 2,13-15). Hij was zijn menselijke ouders
13 II,11 | volledig vertrouwen, en Hij gehoorzaamde hen van harte (
14 II,11 | in gebed verzonken leefde Hij in innige vereniging met
15 II,11 | innige vereniging met God die Hij aansprak met Abba, "Vader",
16 II,11 | verlatenen, de geringen was Hij nabij, en Hij verklaarde
17 II,11 | geringen was Hij nabij, en Hij verklaarde dat zij waarlijk
18 II,11 | omdat God met hen was. Hij zat aan tafel met zondaars
19 II,11 | en tot Hem terugkeerden. Hij weende over een gestorven
20 II,11 | vriend, aan een weduwe gaf Hij haar overleden zoon terug,
21 II,11 | haar overleden zoon terug, Hij liet kinderen bij zich komen,
22 II,11 | kinderen bij zich komen, Hij waste de voeten van zijn
23 II,11 | naaste medewerkers koos Hij een vreemd allegaartje van
24 II,11 | heel eenvoudig; wanneer Hij over de liefde van God en
25 II,11 | zijn Rijk sprak, gebruikte Hij voorbeelden die aan het
26 II,11 | ontleend; het volk erkende dat Hij met gezag sprak.~En toch
27 II,11 | gezag sprak.~En toch werd Hij ervan beschuldigd de heilige
28 II,11 | berustte (vgl. Mc 14,56) werd Hij veroordeeld om als een misdadiger
29 II,11 | iedereen verlaten, als was Hij verslagen. Hij werd haastig
30 II,11 | als was Hij verslagen. Hij werd haastig begraven in
31 II,11 | keren tot de Vader van Wie Hij was uitgegaan.~Samen met
32 II,11 | schepping. Op het kruis nam Hij de zonden van de wereld
33 II,11 | levend gemaakt met Hem! Hij heeft ons al onze overtredingen
34 II,11 | overtredingen vergeven. Hij heeft de oorkonde met al
35 II,11 | ons getuigde, verscheurd. Hij heeft haar uit ons midden
36 II,11 | geopenbaard hebben dat Hij de Zoon was van God, het
37 II,12 | heeft krachtens "hetgeen Hij is" en krachtens "hetgeen
38 II,12 | is" en krachtens "hetgeen Hij tot stand brengt omwille
39 II,12 | stand brengt omwille van wat Hij is". "Hetgeen Hij is" en "
40 II,12 | van wat Hij is". "Hetgeen Hij is" en "hetgeen Hij doet"
41 II,12 | Hetgeen Hij is" en "hetgeen Hij doet" krijgen alleen binnen
42 II,12 | zegt Jezus (Joh 14,6). Hij is "de weg, en de waarheid
43 II,12 | leven" (Joh 14,6), want Hij verklaart zelf: "het zijn
44 II,12 | Paasgeheim. Op het kruis, toen "Hij met wijd gestrekte armen
45 II,12 | hemel en de aarde"42 smeekte Hij met een laatste kreet zijn
46 II,12 | voor het mensengeslacht. Hij heeft alle wonden op zich
47 II,12 | mensheid had toegebracht, en Hij bood bevrijding door middel
48 II,12 | uiting van liefde legde Hij heel zijn leven en zending
49 II,12 | gezonden. Op dat moment gaf Hij heel de schepping en ook
50 II,12 | terug aan zijn Vader opdat Hij ze weer in genadevolle liefde
51 II,12 | aanbieden op het moment dat Hij Jezus uit de dood doet opstaan
52 II,12 | buiten de mens, maar dat Hij heel dichtbij is, dat Hij
53 II,12 | Hij heel dichtbij is, dat Hij werkelijk in alle omstandigheden
54 II,13 | geopenbaard, maar ook "maakt (Hij) de mens ten volle aan de
55 II,13 | Zijn woorden en hetgeen Hij doet, vooral zijn dood en
56 II,13 | eerstgeborene van hen die Hij heeft voorbestemd gelijkvormig
57 II,13 | Vaticaans Concilie leerde dat "Hij zich, als Zoon van God,
58 II,13 | Jezus is onze vrede, "Hij die de twee werelden één
59 II,13 | Ef 2,14). Bij alles wat Hij zei en deed, was Jezus de
60 II,13 | één familie van liefde. Hij bad dat zijn leerlingen
61 II,13 | verbondenheid zouden mogen leven als Hij zelf één is met de Vader (
62 II,13 | werkelijk mens is, heeft Hij de communio tussen hemel
63 II,13 | de mens Christus Jezus. Hij heeft zichzelf gegeven als
64 II,14 | de enige Heiland is omdat Hij alleen – de Zoon – het universele
65 II,14 | betekenis verleent, waardoor Hij, terwijl Hij in de geschiedenis
66 II,14 | verleent, waardoor Hij, terwijl Hij in de geschiedenis staat,
67 II,14 | uitnodiging niet kan doordringen; Hij spreekt immers vanuit het
68 III,15 | Jezus-mysterie en van het heil dat Hij brengt. De synodevaders
69 III,15 | gezien wordt (vgl. Gn 1,2). Hij is aanwezig vanaf het eerste
70 III,15 | van de Drie-ene God, en Hij is steeds aanwezig in de
71 III,15 | christelijk denken wordt Hij beschouwd als de bron van
72 III,15 | vrij wordt aanvaard, maakt hij de mensen tot zichtbare
73 III,15 | omvorming en herschepping die Hij in hart en geest van de
74 III,15 | wonderlijke voorzienigheid regelt Hij de loop der tijden en vernieuwt
75 III,15 | der tijden en vernieuwt Hij het aangezicht van de aarde.’ "54~
76 III,16 | profetische zending, waarbij Hij het visioen van Jesaja op
77 III,16 | geneest Jezus zieken en drijft Hij duivels uit, als teken dat
78 III,16 | opstanding uit de dood schonk Hij aan de leerlingen de heilige
79 III,16 | leerlingen de heilige Geest, die Hij beloofd had te zullen uitstorten
80 III,16 | uitstorten over de Kerk als Hij naar de Vader zou zijn wedergekeerd. (
81 III,16 | Jezus en op het heil dat Hij brengt. Daarom kan de universele
82 III,17 | zijn Kerk vast in stand. Hij woont in de Kerk als in
83 III,17 | voort te zetten, waarbij Hij allereerst hulde brengt
84 III,17 | en ingeluid door al wat Hij heeft gedaan, met name door
85 III,18 | tot de heilige Geest opdat Hij doorgaat de volkeren van
86 III,18 | God en van Christus die Hij heeft gezonden (vgl. Joh
87 III,18 | over Jezus en het heil dat Hij voor ons heeft verdiend
88 IV,21 | volkeren; onder deze is Hij tot op zekere hoogte aanwezig,
89 IV,21 | zekere hoogte aanwezig, geeft Hij aan mensen met een oprecht
90 IV,21 | te bestrijden, en biedt Hij werkelijk aan eenieder de
91 V,24 | God de mens ontmoet, waar Hij het geheim van zijn intieme
92 V,24 | leven wil openbaren en waar Hij zijn heilsplan voor de wereld
93 V,29 | aandachtspunten is van onze tijd. Hij schreef dat "de noodzaak
94 V,29 | zending van de Kerk, omdat hij zijn oorsprong vindt in
95 V,29 | Christus te werk is gegaan: Hij is mensgeworden, Hij heeft
96 V,29 | gegaan: Hij is mensgeworden, Hij heeft ons mensenleven gedeeld
97 VI,34 | smulpaap’ die deed alsof hij de bedelaar Lazarus niet
98 VI,41 | Veracht Hem dan niet als Hij naakt is. Hier in de Kerk
99 VI,41 | koude laat lijden. Want Hij die zei: ‘Dit is mijn Lichaam’ …
100 VI,41 | gouden vaatwerk terwijl Hij zelf sterft van honger?
101 VII,43 | gaat het ook met hen die Hij thans uitzendt. In zeker
102 VII,44 | heilbrengende zending van Jezus die Hij vervuld heeft in zijn totale
103 VII,45 | de put van Jacob, en die Hij uitkiest voor de eerste
104 Conclu,50| brengen wij God dank omdat Hij Azië heeft uitverkoren tot
105 Conclu,50| naar het levend water dat Hij alleen geven kan (vgl. Joh
106 Conclu,51| Geest en te gaan waarheen Hij ons ook maar wil leiden.
|