Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | van de unieke gave van het geloof die zij tot het welzijn
2 Inl,1 | millennium een grote oogst van geloof kan worden binnengehaald".1~
3 Inl,3 | werkelijk een bevestiging in geloof en zending. Iedere dag opnieuw
4 Inl,3 | tal van verhalen over diep geloof, over zelfopofferende liefde,
5 Inl,4 | dankbaarheid voor de gave van het geloof hebben de synodevaders geen
6 Inl,4 | betere manier gevonden om dit geloof te vieren dan door het onverkort
7 Inl,4 | ze erop gewezen dat het geloof reeds moedig en met vertrouwen
8 Inl,4 | in Azië omwille van het geloof de marteldood stierven,
9 I,6 | culturen, talen, vormen van geloof en tradities, die een belangrijk
10 I,8 | christenen niet het recht om hun geloof vrij te belijden of Jezus
11 I,9 | bij de beleving van hun geloof".29 De synodevaders waren
12 II | voor Azië~De gave van het geloof~
13 II,10 | gemeenschappen onderscheidt, is het geloof in Jezus Christus, en zij
14 II,10 | dit kostbaar licht van het geloof niet voor zich onder de
15 II,10 | de heilige Geest." 36 Dit geloof in Jezus Christus is de
16 II,10 | hun bekommernis om "het geloof over te dragen dat de Kerk
17 II,10 | de verrezen Heer".38~Het geloof in Jezus is een gave die
18 II,10 | allen die de gave van het geloof hebben ontvangen. In de
19 II,10 | verplicht om te getuigen van het geloof en het christelijke leven
20 II,12 | volkeren (vgl. 1 Kor 1,23). Het geloof dat wij hebben ontvangen
21 II,13 | en vrouwen met een levend geloof ingaan op de liefdesgave
22 IV,19 | Gezegend met de gave van het geloof gaat de Kerk na tweeduizend
23 IV,19 | door de eeuwen heen hun geloof ondanks grote beproevingen
24 IV,20 | van de vrijheid, want het geloof vereist steeds een vrij
25 IV,20 | de moeilijkheden om het geloof in Jezus als enige Heiland
26 IV,20 | delen in de gave van het geloof in Jezus als enige Heiland,
27 IV,20 | Christus en de gave van het geloof zijn komen brengen. Ook
28 IV,20 | verduren hebben".82~Het geloof dat de Kerk aan haar zonen
29 IV,20 | menselijke cultuur; het geloof overstijgt immers deze twee,
30 IV,20 | deze inculturatie van het geloof op het continent moet leiden
31 IV,21 | evangelieverkondigers het christelijk geloof voorhouden zijn ze verplicht
32 IV,21 | gaan, en dienen zij het geloof geheel te integreren in
33 IV,21 | van het éne christelijk geloof. "Door de inculturatie toont
34 IV,21 | inculturatie van het christelijk geloof in Azië bewerkt. 86 De Geest
35 IV,21 | zich tot het christelijk geloof willen bekennen, er zeker
36 IV,21 | worden waarop de gave van het geloof en de kracht van de Geest
37 IV,21 | Kerk als geheel moet het geloof dat ze verkondigt en aanhangt,
38 IV,22 | geïncultureerde verwoording van het geloof de mensen niet in verwarring
39 IV,22 | op de versterking van het geloof van het volk, dient steeds
40 IV,22 | de verbondenheid met het geloof van de universele Kerk,
41 IV,22 | toont bij het christelijk geloof omdat het dit geloof duidelijker
42 IV,22 | christelijk geloof omdat het dit geloof duidelijker met de ogen
43 IV,22 | éne, door allen beleden geloof, en daar zij het erfgoed
44 IV,22 | middel om mensen in het geloof op te voeden en hen voor
45 IV,23 | voortkomt uit een levend geloof, zal ze anderen op geloofwaardiger
46 IV,23 | voorwaarde dat wanneer het geloof wordt overgedragen, dit
47 IV,23 | wordt overgedragen, dit geloof in volle omvang gerespecteerd
48 IV,23 | opzicht mag daarbij het geloof worden aangetast. Als iemand
49 IV,23 | aangetast. Als iemand het geloof aanvaardt moet dit uiteindelijk
50 V,25 | dienst van de eenheid van geloof en leven van geheel het
51 V,25 | gelovigen bijeen komen om in het geloof te groeien, het mysterie
52 V,25 | inniger ervaring van God door geloof en sacramenten, en tot een
53 V,27 | diepgaande inculturatie van het geloof op de bodem van talrijk
54 V,28 | broeders en zusters hun geloof beleven ondanks alle beperkingen
55 V,28 | alleen het kruis, mits in geloof en liefde gedragen, de weg
56 V,28 | Zij die omwille van hun geloof in Christus vervolging lijden
57 V,28 | zusters in totale vrijheid hun geloof kunnen uitoefenen in volle
58 V,29 | inhoudt voor het godsdienstig geloof en de daaruit afgeleide
59 V,29 | aangaan met hen die haar geloof delen in Jezus Christus,
60 V,30 | worden tussen hen die in geloof Jezus Christus als Heer
61 V,31 | om, maakt de roeping tot geloof en doopsel niet ongedaan
62 V,31 | en overtuigd christelijk geloof zijn gerechtigd om een echte
63 V,31 | gewezen te hebben dat een vast geloof in Christus bij de interreligieuze
64 VI,34 | Eenvoud van leven, diep geloof en oprechte liefde voor
65 VI,37 | evangelisatie; ze incultureren het geloof, leren openheid van geest
66 VI,37 | moeten blijven waar het geloof onbelemmerd voorgehouden
67 VII,42 | van deze tijd schenkt meer geloof aan getuigen dan aan leraren,
68 VII,42 | redeneringen. Het ervaren van het geloof en de gaven van de heilige
69 VII,45 | voor het overdragen van het geloof, en wel zozeer dat Jezus
70 VII,45 | verspreiding van het nieuwe geloof op niet-joods gebied".223
71 VII,49 | van de waarheid van het geloof, dat zelfs aan de meest
72 Conclu,50| in Azië omwille van hun geloof in Christus worden vervolgd:
73 Conclu,50| hebben zij een levendig geloof en zijn ze vervuld van een
74 Conclu,50| delen in het katholieke geloof. Voor de christenen waar
75 Conclu,51| blijde verkondiging van het geloof in Christus de Heiland.
|