Chapter, Paragraph
1 I,6 | en felle conflicten kan men zeggen dat Azië vaak blijk
2 I,6 | vernieuwing in staat, ~oals men heeft kunnen constateren
3 I,6 | zetten maar eerder doordat men ernaar zoekt onderling elkaar
4 I,7 | kunnen uitoefenen, 17 kan men toch niet voorbijgaan aan
5 I,7 | Synode te horen zeggen dat men in een aantal gevallen tegenwoordig
6 I,8 | politieke situaties in Azië; men treft er allerlei ideologieën,
7 I,8 | structuren te veranderen. Men ziet thans de roep om grotere
8 I,9 | en misschien vooral omdat men niet voorbereid was op de
9 I,9 | en Turkmenistan. 25~Laat men zijn blik weiden over de
10 I,9 | gemeenschappen in Azië, dan ziet men hoe ze een bonte verscheidenheid
11 II,12 | Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader," zegt
12 II,12 | eerste vruchten daarvan ziet men in de moordenaar die naast
13 IV,19 | actuelere betekenis als men denkt aan de vele miljoenen
14 IV,20 | en godsdiensten is, dient men te beseffen dat "noch de
15 IV,20 | moeilijkheid nog versterkt doordat men Jezus vaak ziet als een
16 IV,20 | van het geloofsgoed dat men zich dient eigen te maken
17 IV,20 | dient eigen te maken en dat men constant in de ontmoetingen
18 IV,20 | afkomst trouw blijven.~Wil men Jezus voorhouden als enige
19 IV,20 | enige Heiland, dan dient men een zodanige pedagogie te
20 IV,20 | doeltreffender gebeuren als men Zijn levensgang vertelt
21 IV,20 | gelaat van Jezus, en dat men dankzij deze inculturatie
22 IV,21 | het niet te vermijden dat men gebruik zal maken van elementen
23 IV,22 | Er werd gezegd dat "men moedig door moet gaan met
24 IV,22 | inculturatie vraagt méér dan dat men alle aandacht besteedt aan
25 IV,22 | en aangemoedigd worden. Men dient de bijbelse vorming
26 IV,22 | Bovendien is de verhaaltrant die men in veel bijbelboeken aantreft,
27 IV,22 | is. In het verleden heeft men vaak de stijl, de methodes
28 IV,22 | geconstateerd dat de laatste tijd men ernaar streeft de verschillende
29 IV,22 | altijd verondersteld dat men eerst heeft nagegaan wat
30 IV,23 | gerespecteerd en gevolgd. Men heeft er grote hoogachting
31 V,24 | evangelie te verkondigen, men met kracht ernaar moet streven
32 V,27 | en onwankelbare liefde. Men mag de conflicten niet laten
33 V,27 | uitgroeien tot verdeeldheid, maar men moet ermee in een geest
34 V,29 | Bijna overal constateert men de tendens om aan vooruitgang
35 V,30 | overleg, om na te gaan of men zou kunnen komen tot nieuwe
36 V,31 | Encycliek Redemptoris missio: "Men moet beslist niet verkeerdelijk
37 V,31 | betrekkingen verlopen beter wanneer men open staat voor de andere
38 VI,32 | vooruitgang geboekt kan worden en men de ‘onder’-ontwikkeling
39 VI,34 | op een betere toekomst; men moet nota nemen van het
40 VI,34 | bovendien veronderstelt dit dat men hen helpt te komen tot een
41 VI,36 | tengevolge van armoede of doordat men ze als tweederangsburgers
42 VI,38 | cultuur van de dood, waarbij men op niet te rechtvaardigen
43 VI,38 | verzoening te komen en dat, waar men de kunst verstaat om geduldig
44 VII,42| alle missionaire arbeid, of men nu werkt in stad of dorp,
45 VII,42| bevolkingsgroepen, of dat men zich wijdt aan de bevordering
46 VII,44| centraal staat en waarbij men zich tegelijk houdt aan
47 VII,44| Kerken ervoor te zorgen dat men begrip krijgt voor het ideaal
48 VII,44| gesticht zijn. Dit bewijst dat men het missionair karakter
49 VII,45| medewerksters in het apostolaat. 224 Men zou daadwerkelijk een plaats
50 VII,47| is; een mysterie waarin men zich moet verdiepen, en
51 VII,47| gedeeld moet worden.~Wil men dat de jonge mensen werkelijk
52 VII,47| het ook noodzakelijk dat men hen ziet als "actieve medewerkers
53 VII,48| daardoor bepaald wordt." 233 Men ziet in de wereld zich een
54 VII,48| beschikken over een mediabureau. Men moet leren omgaan met de
|