Chapter, Paragraph
1 Inl,4 | gehouden uit trots over menselijke prestaties, maar was een
2 I,5 | eigenschappen aangenomen van de menselijke natuur, ook het voor de
3 I,7 | het bevolkingsvraagstuk en menselijke vooruitgang, maar er zijn
4 I,8 | steeds sterker bewust van hun menselijke waardigheid en hun rechten,
5 I,9 | de werken van caritas en menselijke solidariteit. Sommige kerken
6 II,11 | Godmens die volledig de menselijke natuur bezat. Geboren uit
7 II,11 | Mt 2,13-15). Hij was zijn menselijke ouders onderdanig; ze begrepen
8 II,12 | Almachtige, de Alwetende, onze menselijke natuur heeft aangenomen
9 II,13 | leren kennen. Het volmaakt menselijke leven van Jezus, dat geheel
10 II,14 | de beschouwing van zijn menselijke natuur vinden de volken
11 IV,20 | vormgeving van een bepaalde menselijke cultuur; het geloof overstijgt
12 IV,21 | maken van elementen uit menselijke culturen. Vandaar dat Paulus
13 IV,23 | al is ze betrokken bij de menselijke en sociale zorgen van iedere
14 IV,23 | Concilie heeft gezegd: "De menselijke persoon heeft recht op godsdienstvrijheid.
15 IV,23 | sociale groepen, of door enige menselijke macht wordt uitgeoefend,
16 V,31 | van de godsdienstige en menselijke waarden. 160 Ik wil nog
17 VI | Hoofdstuk VI~ ~Het dienen van de menselijke vooruitgang~De sociale leer
18 VI,32 | situatie".165 Uiteindelijk is menselijke ontwikkeling nooit een louter
19 VI,32 | aangeven op welke wijze zij de menselijke vooruitgang kunnen bevorderen,
20 VI,32 | onjuiste begrippen over de menselijke persoon en zijn handelen.~
21 VI,32 | handelen.~De waardigheid van de menselijke persoon~
22 VI,33 | ervan zijn de volledige menselijke persoon, naar Gods beeld
23 VI,33 | voor de waardigheid van de menselijke persoon. Helaas worden deze
24 VI,34 | Bij haar streven om de menselijke waardigheid te bevorderen
25 VI,34 | en aandacht nodig om hun menselijke waardigheid en hun culturele
26 VI,35 | Het dienstbetoon voor de menselijke vooruitgang begint met het
27 VI,35 | nog veel minder werkelijke menselijke vooruitgang zonder respect
28 VI,35 | hun inzet voor werkelijke menselijke vooruitgang bewijzen door
29 VI,37 | algemeen een alomvattende menselijke vorming wordt gegeven, gebaseerd
30 VI,41 | wijden aan het dienen van de menselijke ontwikkeling, zij uitgingen
31 VI,41 | rechtvaardige ordening van de menselijke samenleving, zonder welke
32 VI,41 | mens en gerechtigheid in de menselijke betrekkingen, horen we een
33 VII,48| gesteld kunnen worden van de menselijke vooruitgang, en van de verspreiding
|