Chapter, Paragraph
1 II,10 | Azië te bieden heeft. De waarheid over Jezus Christus met
2 II,10 | te dringen in de eeuwige waarheid van Jezus Christus, om met
3 II,10 | kracht en vitaliteit van deze waarheid de tegenwoordige en toekomstige
4 II,12 | Hij is "de weg, en de waarheid en het leven" (Joh 14,6),
5 II,12 | verwachting is.~Jezus Christus, de Waarheid van de mensheid~
6 II,13 | de mens uiteindelijk de waarheid over zichzelf leren kennen.
7 II,13 | verenigd".44 In deze diepe waarheid zagen de synodevaders de
8 II,14 | mens-zijn, zijn trouw aan de waarheid, zijn liefde die allen omvat.
9 III,15| aantasting zou betekenen van de waarheid dat Christus de enige Heiland
10 III,15| en haar over de wegen van waarheid en goedheid leidt.~De openbaring
11 III,15| de kiemen uitzaait van de waarheid. 55 Dat betekent dat hun
12 III,17| vóór alles tot de volle waarheid over Jezus. Het is de Geest
13 III,18| Heiland te getuigen. De volle waarheid over Jezus en het heil dat
14 IV,20 | onbewust, verlangen is om de waarheid te kennen over God, over
15 IV,20 | situaties in Azië, en zij "de waarheid spreekt in liefde" (Ef 4,
16 IV,21 | zelf, die ons tot de volle waarheid leidt, maakt een vruchtbare
17 IV,23 | moet worden is de volledige waarheid van Jezus Christus. Om iemand
18 V,27 | moet ermee in een geest van waarheid en respect omgaan, want
19 V,29 | wat er kan gebeuren als waarheid en goedheid de plaats moeten
20 V,29 | Azië die zoeken naar de waarheid in de liefde.~Het is absoluut
21 V,31 | een afspiegeling van die waarheid die alle mensen verlicht,
22 V,31 | verkondigen die ‘de weg, de waarheid en het leven’ is. … Het
23 VI,32 | ontwikkeling als zij de waarheid over Christus, over zichzelf
24 VII,42| gelegenheid te tonen hoezeer de waarheid van Christus voor zijn leven
25 VII,44| verkondiging van de heilbrengende waarheid van Christus in te zetten.
26 VII,45| met een hart dat door de waarheid van Christus vernieuwd en
27 VII,46| plaats moeten zijn waar de waarheid van het evangelie het leven
28 VII,47| nemen. De Kerk houdt hun de waarheid van het evangelie voor als
29 VII,48| verspreiding van Christus’ waarheid en de leer van de Kerk. 238
30 VII,49| welsprekende bewijs van de waarheid van het geloof, dat zelfs
31 VII,49| getuigen blijven van de waarheid die de christenen overal
|