Chapter, Paragraph
1 Inl,1 | bodem van Afrika en Amerika, wij mogen bidden dat in dit
2 Inl,4 | de synodevaders beleden: "Wij geloven vast en zeker dat
3 II,11 | geleefd. Deze Jezus, die wij als enige Heiland verkondigen,
4 II,11 | alle christenen geloven wij dat dit bijzondere leven,
5 II,11 | herinnert ons eraan dat wij omwille van onze zonden
6 II,12 | Kor 1,23). Het geloof dat wij hebben ontvangen leert dat
7 II,12 | mensen is gegeven waardoor wij ons kunnen laten redden" (
8 II,13 | tegen de liefde, waaronder wij door de zonde gebukt gaan.
9 II,13 | vernieuwd is. In Jezus zien wij de luister en waardigheid
10 II,13 | laatste woorden hoorden wij Hem zeggen: "Met de liefde
11 II,13 | persoon tot stand gebracht. Wij geloven dat "in Hem heel
12 II,14 | mededeling van de heilige Geest.~Wij geloven dat Jezus Christus,
13 III,18 | getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God. Maar
14 III,18 | kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen zijn, dan zijn
15 III,18 | kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen, en wel erfgenamen
16 IV,19 | de woorden van Paulus: "Wij verkondigen immers niet
17 IV,19 | immers niet onszelf, maar wij verkondigen Jezus Christus
18 IV,19 | de gave kunnen delen die wij met grote zorg bewaren omdat
19 V,28 | gekruisigde Heer; zoals zij, weten wij immers dat alleen het kruis,
20 V,30 | zal doorgaan en die, naar wij hopen en bidden, een eind
21 VI,35 | verantwoordelijkheid toevertrouwd. Wij zijn dus de hoeders van
22 VI,35 | meester erover. Vrij ontvangen wij deze gave, en uit dankbaarheid
23 Conclu,50| Eerst en vooral prijzen wij God omwille van de rijkdom
24 Conclu,50| Christus op komst is, brengen wij God dank omdat Hij Azië
25 Conclu,51| grootse opdracht wenden wij ons tot Maria, de moeder
26 Conclu,51| niet van God komt zodat ook wij vervuld worden van de heilige
27 Conclu,51| sta ons ter zijde wanneer wij trachten in geest en dienstbetoon
|