Chapter, Paragraph
1 Inl,2 | bezitten, en wel in overvloed’ (Joh 10,10). Door het thema op
2 Inl,4 | de heilige van God bent" (Joh 6,69). Geconfronteerd met
3 I,5 | tent is komen opslaan" (Joh 1,14) een belangrijk middel
4 I,5 | maar eeuwig leven bezit" (Joh 3,16).~Op gelijke wijze
5 I,8 | worden zoals God wil (vgl. Joh 10,10).~De Kerk in Azië,
6 I,9 | heeft, zo zend Ik jullie" (Joh 20,21; zie ook Mt 28,18-
7 II,11 | hen die het hoorden (vgl. Joh 8,34-59).~De armen, de verlatenen,
8 II,12 | Vader gezien," zegt Jezus (Joh 14,9). In Jezus Christus
9 II,12 | tot de Vader," zegt Jezus (Joh 14,6). Hij is "de weg, en
10 II,12 | waarheid en het leven" (Joh 14,6), want Hij verklaart
11 II,12 | Vader, die in Mij blijft" (Joh 14,10). Alleen in de persoon
12 II,13 | één is met de Vader (vgl. Joh 17,11). Bij zijn laatste
13 II,13 | jullie heb toegedragen" (Joh 15,9.12). Daar Jezus gezonden
14 II,14 | wereld tot bestaan (vgl. Joh 1,1-4.10; Kol 1,15-20).
15 III,16 | zijn wedergekeerd. (vgl. Joh 20,22-23).~Dit alles toont
16 III,17 | Hem zouden getuigen (vgl. Joh 15,26-27). Ook is het werk
17 III,18 | naar "levend water" (vgl. Joh 4,10-15), een dorst die
18 III,18 | Hij heeft gezonden (vgl. Joh 17,3).~De Kerk weet zeer
19 V,24 | draagt rijkelijk vrucht" (Joh 15,5); dit is temeer waar,
20 V,24 | snoeit [de Vader] die weg" (Joh 15,2). Verbondenheid met
21 V,30 | Vader Hem had gezonden (vgl. Joh 17,21). 148 Maar de wil
22 VI,34 | ons heeft liefgehad (vgl. Joh 13,34). Voor de Kerk in
23 VII,43 | hun de heilige Geest (vgl. Joh 20,22), die door hen zijn
24 VII,43 | van de ware leerling (vgl. Joh 13,35).~Ik wil bijzonder
25 Conclu,50| Hij alleen geven kan (vgl. Joh 4,10-15). De volgelingen
26 Conclu,50| bezitten, en wel in overvloed" (Joh 10,10).~Gebed tot de moeder
|