Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | leven, in de onderlinge verbondenheid en in de zending.~Doen delen
2 II,13 | zij een nieuwe onderlinge verbondenheid tot stand gebracht tussen
3 II,13 | dezelfde wijze in onderlinge verbondenheid zouden mogen leven als Hij
4 III,17| Geest houdt de band van verbondenheid tussen Jezus en zijn Kerk
5 III,17| de Kerk tot een teken van verbondenheid van de gehele mensheid met
6 IV,22 | het evangelie, en door de verbondenheid met het geloof van de universele
7 IV,23 | voorbeeld te geven van een ware verbondenheid in leven en oprechte liefde.
8 V,24 | en omdat de onderlinge verbondenheid van mensen geworteld is
9 V,24 | Vader] die weg" (Joh 15,2). Verbondenheid met Jezus, die de bron is
10 V,24 | plaatselijke kerken in Azië, in verbondenheid met Petrus’ opvolger, nauwer
11 V,25 | en de universele Kerk, in verbondenheid van hart met de geestelijke
12 V,26 | 26. Deze onderlinge verbondenheid ad intra draagt bij tot
13 V,26 | noodzakelijk, maar de onderlinge verbondenheid vraagt dat de particuliere
14 V,28 | noodzaak van een daadwerkelijke verbondenheid en samenwerking met de plaatselijke
15 V,28 | kunnen uitoefenen in volle verbondenheid met de Stoel van Petrus
16 V,30 | God dank brengen moet de verbondenheid hersteld worden tussen hen
17 V,31 | behouden en bevorderen.~Verbondenheid en dialoog zijn twee wezenlijke
18 V,31 | van eenheid en onderlinge verbondenheid op alle niveaus van het
19 VI,32 | geroepen tot een onderlinge verbondenheid die op bijzondere wijze
20 VII,42| opdracht van de Kerk die in verbondenheid met de gehele gelovige gemeenschap
21 VII,43| bisschopswijding en de hiërarchische verbondenheid met het Hoofd van het Bisschoppencollege
22 VII,43| werken in een geest van verbondenheid en samenwerking met de bisschoppen
23 VII,44| ondersteund wordt door gebed en verbondenheid met God, heeft de Kerk in
|