Chapter, Paragraph
1 Inl,3 | alles bleek hoe waar Jezus’ woord was: "Ik ben met jullie,
2 I,5 | werkelijkheid van het door het Woord aangenomen menselijk lichaam." 7
3 I,9 | predikten de apostelen het Woord en stichtten zij kerken.
4 I,9 | aansporen om met kracht, in woord en daad, te verkondigen
5 II,11 | volle betekenis van het woord, omdat zijn woorden en werken,
6 II,11 | van eeuwigheid bestaande Woord, die voor eeuwig heerst
7 II,12 | Kol 2,9), en maakt Hem tot Woord van God, enige en absolute
8 II,12 | Heb 1,1-4). Als beslissend Woord van de Vader maakt Jezus
9 II,14 | van eeuwigheid bestaande Woord, de enige en eeuwige Zoon
10 II,14 | goede streeft".46 Door het Woord, dat reeds vóór de menswording
11 II,14 | Maar als mensgeworden Woord dat heeft geleefd, en gestorven
12 III,15| en de menswording van het Woord~
13 III,16| uitgezaaide "kiemen van het Woord" bereiden heel de schepping,
14 III,16| verwijst naar Christus, het Woord dat vlees is geworden door
15 IV,22 | gewezen hoe belangrijk het woord van de bijbel is bij de
16 IV,22 | speelt het over te dragen woord een grote rol bij het beschermen
17 IV,22 | godsdiensten bekend te maken; het Woord van God heeft van binnenuit
18 IV,22 | te treffen, want door dit Woord openbaart de Geest van God
19 IV,23 | getrouw te luisteren naar het Woord van God, door gebed en beschouwing,
20 VI,34 | spannen om dit gebod met woord en daad jegens de armen
21 VII,43| de liefde die naar Jezus’ woord het teken is van de ware
22 VII,49| christelijke boodschap. Het woord ‘martelaar’ betekent ‘getuige’,
|