Chapter, Paragraph
1 I,5(7) | Romano (30 juni/1 juli 1999), 8.~
2 I,8 | 8. De Kerk dient steeds een
3 I,9 | 16,15-18; Lc 24,47; Hnd 1,8). Gehoor gevend aan de opdracht
4 I,9 | iedereen geldt (vgl. Rom 8,15-16).~Tegelijk zijn er
5 II,10(38) | Propositie 8.~
6 II,11 | die het hoorden (vgl. Joh 8,34-59).~De armen, de verlatenen,
7 II,13 | van zijn Zoon (vgl. Rom 8,29). Op dat moment is Jezus
8 III,17 | erfdeel te ontvangen (vgl. Rom 8,15-17). De Geest begiftigt
9 III,17 | Jezus de Heiland (vgl. Hnd 1,8). In die zin is de heilige
10 III,18 | uiteinde van de aarde" (Hnd 1,8).~De Kerk is ervan overtuigd
11 III,18 | tezamen met Christus" (Rom 8,16-17). Daarom houdt de
12 IV,19(66) | Exhortatie Evangelii nuntiandi (8 december 1975), 22.~
13 IV,19(67) | Propositie 8.~
14 IV,23(110)| Propositie 8.~
15 IV,23 | tot in eeuwigheid" (Heb 13,8), zoals de Kerk overal en
16 V,24(113)| 614; vgl. Lumen gentium, 8.~
17 V,27(139)| de Syro-Malabaarse kerk (8 januari 1996), 6, in: aas
18 V,31(161)| consecrata (25 maart 1996), 8.~
19 VII,43 | dingen van de Geest (vgl. Rom 8,5). Het respect dat de Aziaten
|