Chapter, Paragraph
1 I,7 | die zeer moeilijk onder één noemer te brengen is. Er
2 I,9 | verschillende riten. Toch zijn alle één in de verkondiging van de
3 II,13 | broeders en zusters die één Vader erkennen die in de
4 II,13 | en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus" (Gal
5 II,13 | Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de scheidsmuur
6 II,13 | van God verzamelend tot één familie van liefde. Hij
7 II,13 | mogen leven als Hij zelf één is met de Vader (vgl. Joh
8 II,13 | geloofswaarheid: "God is één; één is ook de middelaar
9 II,13 | geloofswaarheid: "God is één; één is ook de middelaar tussen
10 III,17| een eenheid groeien, als één lichaam dat uit allerlei
11 V,24 | heel het menselijk geslacht één volk van God vormt, tot
12 V,24 | volk van God vormt, tot één lichaam van Christus samengroeit
13 V,24 | Christus samengroeit en tot één tempel van de heilige Geest
14 V,24 | Hem verbonden blijft: "als één van mijn ranken geen vrucht
15 V,30 | van de Heer dat zijn Kerk één zou zijn, vereist van zijn
16 VII,42| moet worden vervuld. Het is één zending want ze heeft één
17 VII,42| één zending want ze heeft één oorsprong en één doelstelling;
18 VII,42| ze heeft één oorsprong en één doelstelling; maar daarbinnen
|