Chapter, Paragraph
1 Inl | de wonderbare plannen van God in Azië~
2 Inl,1 | Azië zingt de lof van de "God van bevrijding" (Ps 68,20)
3 Inl,1 | immers openbaarde en voltrok God zijn heilsplan in Azië.~
4 Inl,1 | Al sinds lange tijd had God immers dit volk uitverkoren
5 Inl,1 | opgetogen over alles wat God vanaf die begintijd tot
6 Inl,2 | als enige Middelaar tussen God en de mensen en als enige
7 Inl,4 | goedheid" (Ps 145,7) van God verheerlijkt die nooit zal
8 Inl,4 | waardig zou kunnen tonen die God niet ophoudt te schenken.~
9 Inl,4 | zeker dat u de heilige van God bent" (Joh 6,69). Geconfronteerd
10 I,5 | de Verlosser als mens. "God heeft in Jezus van Nazaret
11 I,5 | doorgronden: "Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden,
12 I,5 | zending. Wil het volk van God in Azië door middel van
13 I,5 | gehoor geven aan hetgeen God eraan vraagt, dan is het
14 I,8 | bevredigd kan worden zoals God wil (vgl. Joh 10,10).~De
15 I,9 | geschiedenis van het volk van God op het continent.~In de
16 I,9 | een intens verlangen naar God. De Kerk weet dat deze dorst
17 I,9 | de Blijde Boodschap van God voor alle naties, geheel
18 I,9 | Heiland is.~De Geest van God die steeds aan het werk
19 I,9 | aanname tot kinderen van God voor iedereen geldt (vgl.
20 I,9 | als zij die alleen door God zijn gekend, en wier voorbeeld
21 I,9 | in Redemptoris missio: "God opent voor de Kerk de horizonten
22 II,10 | Jezus Christus, waarlijk God en waarlijk mens, de ene
23 II,10 | heilbrengende manifestaties zijn van God. De uitdagingen waarmee
24 II,10 | aan de broeders en als aan God verschuldigd antwoord." 40~
25 II,11 | in innige vereniging met God die Hij aansprak met Abba, "
26 II,11 | waarlijk gelukkig waren, omdat God met hen was. Hij zat aan
27 II,11 | wanneer Hij over de liefde van God en over zijn Rijk sprak,
28 II,11 | geheimvol, het Rijk van God deed binnentreden in de
29 II,11 | leven heeft teruggegeven: God heeft u "weer levend gemaakt
30 II,11 | dat Hij de Zoon was van God, het van eeuwigheid bestaande
31 II,11 | zending van de Zoon van God~
32 II,12 | christendom is te geloven dat God, de Hoogheilige, de Almachtige,
33 II,12 | mysterie van de Drie-ene God hun volle betekenis. Een
34 II,12 | maakt Hem tot Woord van God, enige en absolute Heiland (
35 II,12 | van de Vader maakt Jezus God en zijn heilswil op de meest
36 II,12 | verschijnt het heilswoord van God in zijn volheid en leidt
37 II,12 | heilige Geest inzien dat God niet ver weg is, boven en
38 II,13 | De mensgeworden Zoon van God heeft niet alleen de Vader
39 II,13 | van het mensenhart is om God en mens lief te hebben,
40 II,13 | iedere mens in het hart van God, die de mens schiep naar
41 II,13 | Hij zich, als Zoon van God, door zijn menswording in
42 II,13 | ingaan op de liefdesgave van God, brengt zijn aanwezigheid
43 II,13 | voorbestemd kinderen van God te worden en die geroepen
44 II,13 | Jezus de gemeenschap tussen God en de mensheid hersteld;
45 II,13 | Vader, alle kinderen van God verzamelend tot één familie
46 II,13 | Jezus gezonden is door de God van de communio, en werkelijk
47 II,13 | de communio, en werkelijk God en werkelijk mens is, heeft
48 II,13 | de mensgeworden Zoon van God en in de zending die alleen
49 II,13 | Azië de geloofswaarheid: "God is één; één is ook de middelaar
50 II,13 | ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus
51 II,14 | enige en eeuwige Zoon van God, "reeds aanwezig was in
52 II,14 | Jezus Christus, waarlijk God en waarlijk mens, de enige
53 III | leven schenkt~De Geest van God in de schepping en de geschiedenis~
54 III,15 | de liefde van de Drie-ene God, en Hij is steeds aanwezig
55 III,15 | de Synode in de Geest van God de hoofdrolspeler in de
56 III,16 | is het gebeuren waardoor God niet alleen de mensen maar
57 III,17 | aangenomen kinderen zijn van God, voorbestemd om het heil,
58 III,17 | opdat het heilsbestel van God, die Christus als heilbeginsel
59 III,17 | de kiem van het Rijk van God en ziet zij verlangend uit
60 III,17 | verbonden met het Rijk van God dat Jezus heeft aangekondigd
61 III,18 | grote liefdesdialoog tussen God en mens voorbereid werd
62 III,18 | namelijk van de éne ware God en van Christus die Hij
63 III,18 | dat wij kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen zijn,
64 III,18 | erfgenamen, en wel erfgenamen van God tezamen met Christus" (Rom
65 IV,20 | waarheid te kennen over God, over de mens en over de
66 IV,20 | Boodschap te vernemen van God, die zich in Christus openbaart
67 IV,20 | mensgeworden Wijsheid van God waarvan de genade de "kiemen"
68 IV,21 | En toch komt het Rijk van God tot mensen die diep geworteld
69 IV,21 | bouwen aan dit Rijk van God is het niet te vermijden
70 IV,21 | een wijze die alleen bij God bekend is. 87 Dankzij de
71 IV,21 | moet het gehele volk van God worden betrokken, want het
72 IV,22 | te maken; het Woord van God heeft van binnenuit de kracht
73 IV,22 | Woord openbaart de Geest van God het goddelijk heilsplan
74 IV,22 | evangelie heel het volk van God aangaat, is daarnaast ook
75 IV,23 | verkondigen dat het Rijk van God in Jezus Christus in vervulling
76 IV,23 | luisteren naar het Woord van God, door gebed en beschouwing,
77 IV,23 | Jezus Christus, mensgeworden God; constant moet ze streven
78 IV,23 | middel blijft om het Rijk van God te verkondigen in veel gebieden
79 V,24 | overeenkomstig het eeuwig plan van God "dwars door de vervolgingen
80 V,24 | vertroostingen van de kant van God heen haar pelgrimstocht
81 V,24 | hemelse heerlijkheid. Omdat God verlangt dat "heel het menselijk
82 V,24 | menselijk geslacht één volk van God vormt, tot één lichaam van
83 V,24 | teken van de liefde van God voor de mensheid, het sacrament
84 V,24 | plaats bij uitstek waar God de mens ontmoet, waar Hij
85 V,24 | vereniging van de mens met God, en omdat de onderlinge
86 V,24 | is in de vereniging met God, is de Kerk ook het sacrament
87 V,24 | het pelgrimerende volk van God, waarmee in zekere zin alle
88 V,25 | van geheel het volk van God. In het diepe besef dat
89 V,25 | van het gehele volk van God. De inbreng van de leken
90 V,25 | tot inniger ervaring van God door geloof en sacramenten,
91 V,28 | geopenbaarde liefde van God bekend te maken. 141~In
92 V,28 | verzoening van de mensen met God en met elkaar, was zo vaak
93 V,29 | welvaart te werken zonder aan God te denken, en om de religieuze
94 V,29 | aansluit bij de wijze waarop God in Jezus Christus te werk
95 V,30 | alle volkeren gezamenlijk God dank brengen moet de verbondenheid
96 V,31 | godsdiensten de genade van God kunnen ontvangen en door
97 V,31 | doopsel niet ongedaan die God voor alle volkeren wil." 155~
98 V,31 | liefde en barmhartigheid van God. Alleen wanneer het volk
99 V,31 | Alleen wanneer het volk van God de gave erkent die het in
100 VI,33 | stelden dat heel het volk van God in Azië duidelijk moet gaan
101 VI,34 | liefhebben, want het Rijk van God behoort aan hen toe (vgl.
102 VI,35 | dat een grote gave is van God. Het leven is een grote,
103 VI,35 | leven is een grote, door God aan ons toevertrouwde gave;
104 VI,35 | handelen met zich mee van God, en het heeft voorgoed een
105 VI,35 | christenen kunnen hun trouw aan God en hun inzet voor werkelijke
106 VI,36 | nooit falende liefde van God. De mensen die in de gezondheidszorg
107 VI,38 | dit heel bijzonder door God gezegend wordt.~Bijzonder
108 VI,38 | Bovenal hebben de synodevaders God, die het diepste van ieder
109 VI,38 | dat land. De Synode heeft God gebeden, geest en hart te
110 VI,41 | Christenen en zij die God zien als Schepper hebben
111 VI,41 | te brengen voor alles wat God heeft geschapen. De Schepper
112 VI,41 | moeten worden in het door God aan de mens toevertrouwde
113 VI,41 | benadrukt tussen de aan God gebrachte eredienst en de
114 VI,41 | geen ware eredienst jegens God mogelijk is (vgl. Js 1,10-
115 VI,41 | vervuld waren van de Geest van God die "barmhartigheid wil
116 VII,42 | voor het gehele volk van God evangelisatie een plicht
117 VII,42 | Aangezien het volk van God in zijn geheel wordt uitgezonden
118 VII,43 | heilige Geest de liefde van God in hun hart is uitgestort,
119 VII,43 | het gezag om het volk van God te onderrichten, te besturen
120 VII,44 | de wereld de liefde van God zichtbaar door op eigen
121 VII,44 | gebed en verbondenheid met God, heeft de Kerk in Azië groot
122 VII,44 | zwoegen. 210~Zoeken naar God, gemeenschappelijk leven
123 VII,44 | profetisch te getuigen dat God en het eeuwige leven voor
124 VII,44 | gaan bij het zoeken naar God, een zoektocht die het hart
125 VII,45 | zending van het volk van God.~De geestelijke herders
126 Conclu,50| Eerst en vooral prijzen wij God omwille van de rijkdom aan
127 Conclu,50| van dit grote continent. God zij gezegend omwille van
128 Conclu,50| op komst is, brengen wij God dank omdat Hij Azië heeft
129 Conclu,51| dochter van de hoogverheven God maagd en moeder van de Heiland
130 Conclu,51| van de Vader om moeder van God te worden: leer ons om ons
131 Conclu,51| maken van alles dat niet van God komt zodat ook wij vervuld
|