Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ecclesia in Asia

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk VI   Het dienen van de menselijke vooruitgang
    • 32
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

32. In dienst van de mensenfamilie richt de Kerk zich op alle mannen en vrouwen zonder onderscheid, en streeft zij ernaar om samen met hen een beschaving van liefde op te bouwen die berust op de universele waarden van vrede, gerechtigheid, solidariteit en vrijheid, die in Christus hun voltooiing vinden. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie met gedenkwaardige woorden heeft gesteld "zijn vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben, evenzeer de vreugde en de hoop, het verdriet en de angst van de leerlingen van Christus: er is werkelijk niets bij mensen te vinden dat geen weerklank vindt in hun hart".163 Zo is de Kerk in Azië, waar zoveel armen en verdrukten zijn, geroepen tot een onderlinge verbondenheid die op bijzondere wijze zichtbaar maakt hoe zij aan arme en weerloze mensen in liefde dienstbaar is.

In de laatste jaren heeft het leergezag van de Kerk meer en meer gewezen op de noodzaak, de waarachtige en integrale ontwikkeling van de mens te bevorderen; 164 dat gebeurde als reactie op de reële situatie van de volkeren op de wereld, en op het groeiend besef dat niet alleen het doen en laten van individuen, maar ook de structuren van het maatschappelijk, politiek en economisch leven vaak vijanden zijn van het welzijn van de mens. Er is in toenemende mate een tegenstelling tussen mensen die profiteren van de groeiende welvaart in de wereld, en anderen aan wie de vooruitgang voorbij gaat. De onevenwichtigheden die daarvan het gevolg zijn, vragen om een radicale mentaliteits- en structuurverandering ten gunste van de mens. Met betrekking tot de verdere groei staan de volkeren en de internationale gemeenschap voor de grote morele uitdaging om de moed te hebben tot een nieuwe solidariteit waardoor op vindingrijke en doeltreffende wijze vooruitgang geboekt kan worden en men deonder’-ontwikkeling te boven kan komen die de mens in zijn wezen aantast, maar ook deover’-ontwikkeling kan overwinnen die de mens tot een economisch radertje dreigt te maken in een steeds beklemmender consumptienetwerk. De Kerk zoekt wel deze omslag te bewerkstelligen, "kan geen technische oplossingen aanreiken", maar "levert haar eerste bijdrage tot de oplossing van het dringende probleem van de ontwikkeling als zij de waarheid over Christus, over zichzelf en over de mens verkondigt en toepast op een concrete situatie".165 Uiteindelijk is menselijke ontwikkeling nooit een louter technisch of economisch probleem maar in wezen een humane en morele kwestie.

De sociale leer van de Kerk bevat een geheel van beginselen ter overweging, van criteria voor oordeelsvorming en richtlijnen voor het handelen, 166 en is op de eerste plaats bestemd voor de leden van de Kerk. Het is van wezenlijk belang dat de gelovigen die betrokken zijn bij de bevordering van het menselijk welzijn, goed inzicht hebben in dit kostbaar geheel van onderrichtingen en het beschouwen als een onlosmakelijk onderdeel van evangelisatieopdracht. De synodevaders hebben dan ook onderstreept dat overal waar onderwijs wordt gegeven, met name op de seminaries en in de vormingshuizen, aan de gelovigen een degelijke inleiding geboden dient te worden op de sociale leer van de Kerk. 167 De christelijke leiders in Kerk en maatschappij, met name de leken die in het openbare leven met verantwoordelijkheid zijn bekleed, dienen goed in deze leer gevormd te worden zodat ze de burgermaatschappij en haar structuren met het zuurdeeg van het evangelie kunnen inspireren en bezielen. 168 De sociale leer van de Kerk zal deze christelijke leiders niet alleen herinneren aan hun plichten, maar ook aangeven op welke wijze zij de menselijke vooruitgang kunnen bevorderen, en ze zal hen bevrijden van onjuiste begrippen over de menselijke persoon en zijn handelen.

De waardigheid van de menselijke persoon




163. Gaudium et spes, 1.



164. Vertrekpunt in veel opzichten was de encycliek Rerum novarum van Leo XIII (15 mei 1891). Deze was de eerste van een reeks plechtige verklaringen van de Kerk over verschillende aspecten van de sociale kwestie. Een daarvan is de encycliek Populorum progressio (26 maart 1967) die paus Paulus VI publiceerde als reactie op de onderrichtingen van het Tweede Vaticaans Concilie en op de veranderingen die zich in de wereld hadden voorgedaan. Bij gelegenheid van de twintigste verjaardag van dit document heb ik de encycliek Sollicitudo rei socialis geschreven (30 december 1987); in de lijn van hetgeen het leergezag in de voorafgaande jaren had gezegd heb ik in deze encycliek aan alle gelovigen gevraagd zich geroepen te weten tot een opdracht van dienstbetoon, die noodzakelijkerwijze ook de bevordering inhoudt van de integrale ontwikkeling van de mens.



165. Sollicitudo rei socialis, 41.



166. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie Christelijke vrijheid en bevrijding (22 maart 1986), 72.



167. Vgl. Propositie 22.



168. Vgl. Propositie 21.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License