34. Bij haar streven om de menselijke waardigheid te bevorderen toont de
Kerk haar voorkeursliefde voor de armen en voor hen die geen stem hebben, omdat
de Heer op speciale wijze zich met hen heeft vereenzelvigd (vgl. Mt 25,40).
Deze liefde sluit niemand buiten, maar in deze voorkeur wordt zichtbaar waar,
zoals uit de christelijke traditie blijkt, bij de dienstverlening het
zwaartepunt is gelegen. "De voorkeursliefde met de daardoor
geïnspireerde beslissingen moet nu ook de onmetelijke menigten omvatten
van hen die honger lijden, van bedelaars, van daklozen, [van mensen] zonder
medische verzorging en vooral zonder hoop op een betere toekomst; men moet nota
nemen van het bestaan van deze realiteiten. Ze negeren zou ons gelijk maken aan
de ‘rijke smulpaap’ die deed alsof hij de bedelaar Lazarus niet kende die voor
de poort lag (vgl. Lc 16,19-31)." 171 Dat gaat in het bijzonder op
voor Azië, een continent, zo rijk aan grondstoffen en grote beschavingen,
maar waar enkele van de allerarmste landen van de aarde te vinden zijn en meer
dan de helft van de bevolking slachtoffer is van ontberingen, armoede en
uitbuiting. 172 Steeds zullen de armen uit Azië en de wereld vooral
hoop putten uit het gebod van het evangelie elkaar lief te hebben zoals
Christus ons heeft liefgehad (vgl. Joh 13,34). Voor de Kerk in Azië is het
een onontkoombare plicht zich serieus in te spannen om dit gebod met woord en
daad jegens de armen in praktijk te brengen.
De solidariteit met de armen wordt geloofwaardiger als de christenen
zelf in navolging van Jezus sober leven. Eenvoud van leven, diep geloof en
oprechte liefde voor allen, met name voor de armen en uitgestotenen, zijn
lichtende tekenen van het evangelie in de praktijk. De synodevaders hebben de
katholieken in Azië opgeroepen tot een stijl van leven die beantwoordt aan
de leer van het evangelie, zodat ze de zending van de Kerk beter kunnen dienen
en zodat de Kerk zelf een Kerk kan worden van en voor de armen. 173
Bij haar liefde voor de armen van Azië richt de Kerk zich in het
bijzonder tot de migranten, de inheemse en oorspronkelijke bevolkingsgroepen,
de vrouwen en kinderen, want zij zijn vaak slachtoffer van de ergste vormen van
uitbuiting. Talloze mensen lijden ook onder discriminatie op grond van hun
cultuur, huidskleur, ras, kaste, hun financiële situatie of hun wijze van
denken. Daartoe behoren ook de mensen die gediscrimineerd worden omdat ze zich
tot het christendom hebben bekeerd. 174 Ik sluit mij aan bij het beroep
dat de synodevaders op alle volkeren hebben gedaan om het recht te erkennen op
vrijheid van geweten en godsdienst evenals de andere fundamentele
mensenrechten. 175
Als nooit tevoren trekken op het ogenblik vluchtelingen, asielzoekers,
migranten en buitenlandse arbeiders door Azië. Vaak hebben deze mensen in
de landen waar ze terechtkomen geen vrienden, zijn ze in cultureel opzicht
ontheemd, hebben zij een taalhandicap en zijn ze in financieel opzicht
kwetsbaar. Ze hebben steun en aandacht nodig om hun menselijke waardigheid en
hun culturele en godsdienstig traditie te kunnen bewaren. 176 Hoewel de
Kerk in Azië slechts over beperkte middelen beschikt, tracht ze een
gastvrij huis te zijn voor mensen die zwoegen en onder lasten gebukt gaan, want
zij weet dat ze rust zullen vinden in het Hart van Jezus, waar niemand een
vreemdeling is (vgl. Mt 11,28-29).
In bijna alle landen van Azië zijn er grote groepen van
oorspronkelijke bewoners; sommige daarvan staan onderaan op de economische
ladder. Verschillende keren heeft de Synode erop gewezen dat de inheemse en
oorspronkelijke groepen van de bevolking zich voelen aangetrokken tot de
persoon van Jezus Christus en tot de Kerk als gemeenschap van liefde en
dienstbetoon. 177 Dit betekent voor de Kerk een enorm arbeidsveld van
onderwijs en gezondheidszorg alsmede van de bevordering van deelname aan het
maatschappelijk leven. De katholieke gemeenschap moet zich intenser toeleggen
op de pastoraal bij die bevolkingsgroepen, en speciale aandacht besteden aan de
zorgen en de kwesties op het gebied van de gerechtigheid waarmee ze te maken
hebben. Dat veronderstelt een houding van groot respect voor hun traditionele
godsdienst en waarden; bovendien veronderstelt dit dat men hen helpt te komen
tot een zodanige zelfredzaamheid dat ze aan de verbetering van hun situatie
kunnen werken en zelf hun cultuur en samenleving kunnen evangeliseren.
178
Niemand kan onbewogen blijven bij het leed van zoveel kinderen in
Azië, slachtoffers van onduldbare uitbuiting en geweld, waarvan de oorzaak
niet alleen aan individuele personen moet worden toegeschreven, maar die vaak
ook het rechtstreekse gevolg zijn van verdorven maatschappelijke structuren. De
synodevaders hebben erop gewezen dat kinderarbeid, pedofilie en drugs de
maatschappelijke kwalen zijn waardoor de kinderen het meest rechtstreeks worden
getroffen, en ze hebben duidelijk aangetoond dat ze gepaard gaan met andere
zoals armoede en slecht opgezette nationale ontwikkelingsprogramma’s.
179 De Kerk moet doen wat in haar vermogen ligt om deze ellende een
halt toe te roepen, om zich in te spannen voor hen die het meest uitgebuit
worden en om te trachten de kinderen Jezus te leren liefhebben, want het Rijk van
God behoort aan hen toe (vgl. Lc 18,16). 180
Speciale aandacht heeft de Synode besteed aan de vrouw: haar situatie is
nog steeds een ernstig probleem in Azië, waar ze vaak op de plaats waar
zij woont of werkt, en zelfs in het rechtssysteem, gediscrimineerd wordt en
slachtoffer is van geweld. Zeer veel vrouwen kunnen lezen noch schrijven; velen
worden louter gezien als middel voor prostitutie, toerisme en
recreatie-industrie. 181 In hun strijd tegen alle vormen van onrecht en
discriminatie zouden de vrouwen een bondgenoot moeten vinden in de christelijke
gemeenschap; daarom stelt de Synode voor dat, waar mogelijk, de plaatselijke
Kerken acties ten behoeve van de voor vrouwen bestemde mensenrechten
ondersteunen. Het doel moet zijn om door middel van een goed begrip van de rol
die man en vrouw in gezin, samenleving en Kerk hebben, te komen tot een andere
houding door beter te beseffen hoe man en vrouw elkaar op heel eigen wijze
aanvullen, en door meer waardering voor het vrouwelijk element op alle gebieden
van het menselijk leven. Al te vaak is hetgeen vrouwen doen onderschat of
genegeerd, hetgeen een verarming betekende voor de mensheid. De Kerk in
Azië zou duidelijker en doeltreffender de waardigheid en vrijheid van de
vrouw kunnen ondersteunen door hun rol in het kerkelijk leven, ook op
intellectueel gebied, te stimuleren, en hun vaker de gelegenheid te bieden
actief deel te nemen aan de zending van liefde en dienstbetoon van de Kerk.
182
Het evangelie van het leven
|