35. Het dienstbetoon voor de menselijke vooruitgang begint met het dienen
van het leven zelf dat een grote gave is van God. Het leven is een grote, door
God aan ons toevertrouwde gave; het is ons als ontwerp en verantwoordelijkheid
toevertrouwd. Wij zijn dus de hoeders van het leven, niet heer en meester
erover. Vrij ontvangen wij deze gave, en uit dankbaarheid zijn we gehouden het
leven vanaf het begin tot het natuurlijk einde te eerbiedigen en te verdedigen.
Vanaf het moment van de bevruchting brengt het leven van de mens noodzakelijk
het scheppend handelen met zich mee van God, en het heeft voorgoed een speciale
band met de Schepper, bron van leven en enig eindpunt. Er bestaat geen
werkelijke vooruitgang of echte burgermaatschappij, en nog veel minder werkelijke
menselijke vooruitgang zonder respect voor het menselijk leven, met name het
leven van hen die geen stem hebben om zich te verdedigen. Het leven van iedere
mens, van een kind in de schoot van zijn moeder evenzeer als dat van een zieke,
een gehandicapte of een bejaarde, is een gave voor alle mensen.
Zonder terughoudendheid hebben de synodevaders de leer bevestigd over de
onaantastbaarheid van het menselijk leven zoals die wordt voorgehouden door het
Tweede Vaticaans Concilie en de daaropvolgende uitspraken van het leergezag,
met inbegrip van mijn Encycliek Evangelium vitae. Ik sluit mij bij hen
aan en doe een beroep op de gelovigen van hun landen, waar het
bevolkingsvraagstuk vaak wordt gebruikt als argument om abortuspraktijken en
kunstmatige kinderbeperking in te voeren, zich te verzetten tegen deze
"cultuur van de dood".183 De christenen kunnen hun trouw aan
God en hun inzet voor werkelijke menselijke vooruitgang bewijzen door
programma’s ten gunste van het leven van de weerlozen te steunen en eraan mee
te doen.
Gezondheidszorg
|