43. Dankzij de heilige Geest is de Kerk bij machte de
haar door Christus toevertrouwde zending te vervullen. Alvorens zijn leerlingen
uit te zenden om van Hem te getuigen, schonk Jezus hun de heilige Geest (vgl.
Joh 20,22), die door hen zijn werk verrichtte en die in het hart van hun
toehoorders een ingrijpende verandering teweeg bracht (vgl. Hnd 2,37). Zo gaat
het ook met hen die Hij thans uitzendt. In zeker opzicht worden alle gedoopten
uit kracht van het sacrament uitgezonden om de heilszending van Christus voort
te zetten, en juist omdat door de hun geschonken heilige Geest de liefde van
God in hun hart is uitgestort, kunnen zij die opdracht uitvoeren (vgl. Rom
5,5). Maar van de andere kant wordt deze gezamenlijke zending in de Kerk
vervuld door middel van een grote verscheidenheid aan specifieke functies en
charisma’s. De eerste verantwoordelijkheid voor het zendingswerk van de Kerk is
door Christus toevertrouwd aan de apostelen en aan hun opvolgers. Krachtens de
bisschopswijding en de hiërarchische verbondenheid met het Hoofd van het
Bisschoppencollege ontvangen de bisschoppen de volmacht en het gezag om het
volk van God te onderrichten, te besturen en te heiligen. Uit kracht van
Christus’ wil zelf oefent de opvolger van Petrus – de rots waarop de Kerk
gebouwd is (vgl. Mt 16,18) – een speciaal dienstwerk van eenheid uit. De
bisschoppen moeten hun ambtswerk dus verrichten in eenheid met de opvolger van
Petrus, die waarborg is voor de juistheid van hetgeen zij leren en voor hun
volledige communio in de Kerk.
De priesters die in aansluiting bij de bisschoppen het evangelie
verkondigen, hebben krachtens hun wijding de roeping om hun kudde te hoeden, de
Blijde Boodschap te prediken en de sacramenten te bedienen. Om als gemachtigden
van Christus de Kerk te kunnen dienen hebben bisschoppen en priesters een
grondige en permanente vorming nodig; deze laatste moet hun de mogelijkheid
bieden tot het opdoen van nieuwe krachten en inzichten op menselijk, geestelijk
en pastoraal gebied, en tot het volgen van cursussen in theologie,
spiritualiteit en menswetenschappen. 208 De volken in Azië moeten
in de leden van de geestelijkheid niet alleen welzijnswerkers ontdekken of met
gezag beklede ambtsdragers, maar ook mensen die met hart en geest diep
geworteld staan in de dingen van de Geest (vgl. Rom 8,5). Het respect dat de
Aziaten betonen voor gezagsdragers moet samengaan met duidelijke morele
onkreukbaarheid bij hen die in de Kerk met ambtelijke verantwoordelijkheden
bekleed zijn. Door hun gebedsleven, hun toegewijd dienstbetoon, hun
voorbeeldige wijze van leven geven de priesters bij de gemeenschappen die zij
in naam van Christus voorgaan een welsprekend getuigenis van het evangelie.
Vurig bid ik dat de gewijde bedienaren van de Kerk in Azië mogen leven en
werken in een geest van verbondenheid en samenwerking met de bisschoppen en met
alle gelovigen, en dat ze zo mogen getuigen van de liefde die naar Jezus’ woord
het teken is van de ware leerling (vgl. Joh 13,35).
Ik wil bijzonder wijzen op de bekommernis van de Synode met betrekking
tot de opleiding van hen die op de seminaries en theologische faculteiten met
de leiding en het onderricht belast zullen worden. 209 Na afronding van
een gedegen onderricht in de gewijde wetenschappen en in hetgeen daarmee
samenhangt, dienen ze een op hun toekomstig werk gerichte opleiding te
ontvangen waarin de spiritualiteit van de priester centraal staat, alsmede de
vaardigheid in het geven van geestelijke leiding en de andere aspecten van de
moeilijke en veeleisende taak die hun bij de opleiding van de toekomstige
priesters te wachten staat. Het is een apostolaat dat van het grootste belang
is voor het welzijn en de vitaliteit van de Kerk.
De instituten voor godgewijd leven en de
missiegenootschappen
|