45. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft duidelijk
aangetoond dat de roeping van de gelovige leken hen doet wortelen in de wereld,
waar zij de meest verschillende taken vervullen en geroepen zijn het evangelie
van Jezus Christus te verbreiden. 219 Door de genade van doopsel en
vormsel en de daaruit voortvloeiende roeping zijn alle leken missionaris; het
veld van hun missiearbeid is de uitgestrekte en bonte wereld van politiek,
economie, industrie, onderwijs, media, wetenschap, techniek, kunst en sport. In
veel landen in Azië zijn talrijke leken reeds als waarachtige
missionarissen aan het werk, en leggen contact met veel mede-Aziaten die anders
nooit in contact zouden komen met priesters of religieuzen. 220 Ik dank
hen namens de gehele Kerk, en ik spoor alle gelovige leken aan om als getuigen
van Christus, in welke situatie ze ook verkeren, hun eigen rol te vervullen in
het leven en de zending van het volk van God.
De geestelijke herders hebben de taak te zorgen voor passende vorming
van de leken zodat zij evangelieverkondigers worden die op de uitdagingen van
de moderne wereld kunnen ingaan, niet alleen met wereldse wijsheid en
daadkracht, maar ook met een hart dat door de waarheid van Christus vernieuwd
en sterk geworden is. 221 Als getuigen van Christus op alle terreinen
van het maatschappelijk leven kunnen de gelovige leken een onvervangbare rol
spelen in de strijd tegen onrecht en onderdrukking, en ook daarop moeten ze
goed worden voorbereid. Ik sluit mij aan bij de synodevaders die met het oog
hierop voorstellen, op diocesaan of nationaal niveau vormingscentra in te
richten voor leken waar dezen zouden worden voorbereid op hun missionaire
arbeid als getuigen van Christus in het huidige Azië. 222
De synodevaders hebben zich bezorgd betoond over de actieve
betrokkenheid bij de Kerk, waar niemand zich buitengesloten mag voelen. Ze
waren van oordeel dat een grotere deelname van de vrouwen aan de zending en het
leven van de Kerk in Azië dringend noodzakelijk is. "Vrouwen zijn
heel bijzonder geschikt voor het overdragen van het geloof, en wel zozeer dat
Jezus een beroep op hen doet voor de evangelieverkondiging. Dat gebeurt met de
Samaritaanse vrouw die Jezus aantreft bij de put van Jacob, en die Hij uitkiest
voor de eerste verspreiding van het nieuwe geloof op niet-joods
gebied".223 Om hun activiteit in de Kerk te stimuleren zouden aan
de vrouwen betere mogelijkheden moeten worden geboden om theologiecursussen te
volgen en ook lessen op andere gebieden. Op seminaries en in de vormingshuizen
moeten de mannen de vrouwen leren zien als medewerksters in het apostolaat.
224 Men zou daadwerkelijk een plaats moeten inruimen voor de vrouwen in
de pastorale programma’s, de diocesane en parochiële pastorale raden en de
diocesane synodes. Hun bekwaamheden en de diensten die ze bewijzen op het
gebied van de gezondheidszorg en onderwijs, van voorbereiding van de gelovigen
op de sacramenten, bij het scheppen van gemeenschap en het werken aan vrede
dienen ten volle erkend te worden. De synodevaders hebben het kunnen
vaststellen: de aanwezigheid van vrouwen in de zending van liefde en
dienstbetoon van de Kerk draagt er krachtig toe bij om de Aziaten, met name de
armen en paria’s, het gelaat van Jezus te doen ontdekken die vol mededogen
geneest en verzoent. 225
Het gezin
|