50. Door te trachten na te gaan wat de Geest tot de Kerken in Azië zegt,
heeft deze postsynodale apostolische Exhortatie ernaar gestreefd de Speciale
Vergadering voor Azië van de Bisschoppensynode vrucht te doen dragen. Tot
slot van deze Exhortatie wil ik de dank uitspreken van de Kerk voor u allen,
dierbare broeders en zusters uit Azië, die op velerlei wijzen hebt
bijgedragen tot het welslagen van deze belangrijke kerkelijke gebeurtenis.
Eerst en vooral prijzen wij God omwille van de rijkdom aan culturen, talen,
religieuze tradities en ontvankelijkheden van dit grote continent. God zij
gezegend omwille van de volkeren in Azië met hun zo rijke verscheidenheid,
en toch samen op zoek naar vrede en volheid van leven! Vooral nu, terwijl de
tweeduizendste gedenkdag van de geboorte van Jezus Christus op komst is,
brengen wij God dank omdat Hij Azië heeft uitverkoren tot de aardse
woonstee van zijn mensgeworden Zoon, de Heiland van de wereld.
Ik voel mij gedrongen mijn grote hoogachting uit te spreken voor de
bisschoppen van Azië vanwege hun innige liefde voor Jezus Christus, voor de
Kerk en voor de volkeren van Azië, vanwege hun getuigenis van communio en
vanwege hun edelmoedige toewijding aan de opdracht om het evangelie te
verkondigen. Ik ben dankbaar jegens allen die de grote Kerkfamilie van
Azië vormen: geestelijkheid, godgewijden, missionarissen, leken, gezinnen,
jonge mensen, inheemse volken, arbeiders, armen en bedroefden. Diep in mijn
hart koester ik een speciale plaats voor allen die in Azië omwille van hun
geloof in Christus worden vervolgd: ze zijn de verborgen steunpilaren van de
Kerk tot wie Jezus zelf troostend zegt: "Gelukkig zijt gij in het
Koninkrijk der hemelen!" (vgl. Mt 5, 10).
Jezus’ woorden sterken de Kerk in Azië: "Wees niet bang,
kleine kudde, want het heeft jullie Vader behaagd je het koninkrijk te
schenken" (Lc 12,32). Op dit uitgestrekte dichtbevolkte continent zijn zij
die in Christus geloven nog weinig talrijk. Maar desondanks zijn ze alles
behalve een schuchtere minderheid, hebben zij een levendig geloof en zijn ze
vervuld van een hoop en vitaliteit die alleen door liefde mogelijk wordt. Door
hun bescheiden maar dapper gedrag hebben zij invloed uitgeoefend op de culturen
en samenlevingen van Azië, met name op het leven van de armen en weerlozen
waarvan velen niet delen in het katholieke geloof. Voor de christenen waar ook
ter wereld zijn ze een voorbeeld van bereidheid om de schat van de Blijde
Boodschap "te pas en te onpas" door te geven (2 Tim 4,2). Hun sterkte
ontlenen zij aan de onmetelijke kracht van de heilige Geest: aan Hem is het te
danken dat, hoewel de Kerk in het algemeen een gering aantal leden telt, haar
tegenwoordigheid gelijkt op een zuurdeeg dat stil en verborgen het hele beslag
doet rijzen (vgl. Mt 13,33).
De volkeren van Azië verlangen naar Jezus Christus en zijn
evangelie, want het continent dorst naar het levend water dat Hij alleen geven
kan (vgl. Joh 4,10-15). De volgelingen van Christus in Azië moeten dus
edelmoedig streven naar het vervullen van de zending die zij ontvangen hebben
van de Heer, die beloofd heeft met hen te zijn tot aan het einde der tijden
(vgl. Mt 28,20). Vol vertrouwen op de Heer die de door Hem geroepenen niet in
de steek zal laten, zet de Kerk in Azië haar pelgrimstocht naar het derde
millennium voort. Heel haar vreugde bestaat in het feit dat zij met de menigte
van volkeren in Azië de geweldige gave mag delen die ze zelf heeft
ontvangen, de liefde van Jezus de Heiland; ze verlangt niets anders dan haar
zending van liefde en dienstbetoon voort te zetten opdat alle Aziaten het
"leven mogen bezitten, en wel in overvloed" (Joh 10,10).
Gebed tot de moeder van Christus
|