4. Door middel van deze postsynodale apostolische
Exhortatie wil ik de Kerk in Azië en over de hele wereld doen delen in de
vruchten van de Speciale Vergadering. Dit document tracht de rijkdom over te
dragen van dit groot spiritueel gebeuren van communio en collegialiteit onder
bisschoppen. De Synode was een vierend herinneren aan de Aziatische
wortels van het christendom. De synodevaders hebben herinnerd aan de eerste
christengemeenschap, de oerkerk, de kleine kudde van Jezus op dit onmetelijke
continent (vgl. Lc 12,32). Ze hebben gewezen op hetgeen de Kerk vanaf den
beginne ontvangen en gehoord heeft (vgl. Apk 3,3), en na daaraan te hebben
herinnerd hebben ze de "rijkdom aan goedheid" (Ps 145,7) van God
verheerlijkt die nooit zal ontbreken. De Synode was ook een gelegenheid om haar
respect uit te spreken voor de oude religieuze tradities en beschavingen, de
diepzinnige wijsgerige stelsels en de wijsheid, die Azië gemaakt hebben
tot wat het nu is. Bovenal is erop gewezen dat de volkeren van Azië zelf
de ware rijkdom en de hoop voor de toekomst zijn van het continent. Tijdens de
Synode waren de daar aanwezigen getuigen van een uiterst vruchtbare ontmoeting
tussen de oude en de nieuwe culturen en beschavingen van Azië, die in hun
verscheidenheid en overeenkomsten zo’n prachtige aanblik boden, met name
wanneer bij het begin en het einde van de eucharistievieringen symbolen,
liederen, dansen en kleuren tot een harmonieuze eenheid samenvloeiden rond de
Tafel des Heren.
De Synode werd niet gehouden uit trots over menselijke prestaties, maar
was een viering in het besef van wat de Allerhoogste voor de Kerk in Azië
deed (vgl. Lc 1,49). Door te wijzen op de bescheiden situatie van de katholieke
gemeenschap en het geringe aantal van haar leden was de Synode ook een oproep
tot bekering, opdat zo de Kerk in Azië zich meer en meer de vele
genaden waardig zou kunnen tonen die God niet ophoudt te schenken.
De Synode was niet alleen een gedenken en een viering maar ook een vurige
geloofsbelijdenis in Jezus Christus de Heiland. In dankbaarheid voor de
gave van het geloof hebben de synodevaders geen betere manier gevonden om dit
geloof te vieren dan door het onverkort te beamen en zich erop te bezinnen in
samenhang met de situatie waarin het in deze tijd in Azië verkondigd en
beleden moet worden. Meerdere malen hebben ze erop gewezen dat het geloof reeds
moedig en met vertrouwen in het continent wordt verkondigd, zelfs temidden van
grote moeilijkheden. In naam van miljoenen mannen en vrouwen in Azië
hebben de synodevaders beleden: "Wij geloven vast en zeker dat u de
heilige van God bent" (Joh 6,69). Geconfronteerd met de vele smartelijke
kwesties van lijden, geweld, discriminatie en armoede waaraan de meeste
volkeren van Azië zijn blootgesteld, baden zij: "Ik heb vertrouwen.
Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp" (Mc 9,24).
In 1995 heb ik de in Manilla verzamelde bisschoppen van Azië
gevraagd "de poorten van Azië wijd open te zetten voor
Christus".6 Vertrouwend op het geheim van de communio met de
talloze en vaak naamloze mensen die in Azië omwille van het geloof de
marteldood stierven, en door de blijvende aanwezigheid van de heilige Geest
bevestigd in hetgeen zij verhoopten, hebben de synodevaders het aangedurfd om
alle volgelingen van Christus op te roepen tot een nieuwe inzet voor de
missie. Tijdens de Vergadering hebben de bisschoppen en de andere deelnemers
blijk gegeven van een stoutmoedigheid, geestelijke vurigheid en ijver die van
Azië een akker zullen maken welke in het komende millennium een rijke
oogst zal voortbrengen.
|