11. Uit de Schrift blijkt dat Jezus werkelijk als mens heeft geleefd. Deze
Jezus, die wij als enige Heiland verkondigen, heeft over de aarde rondgetrokken
als Godmens die volledig de menselijke natuur bezat. Geboren uit een
maagdelijke moeder in het nederige Betlehem was Hij even weerloos als ieder
ander kind, en werd zelfs banneling om te ontkomen aan de toorn van een wrede
heerser (vgl. Mt 2,13-15). Hij was zijn menselijke ouders onderdanig; ze
begrepen Hem niet altijd maar schonken Hem volledig vertrouwen, en Hij
gehoorzaamde hen van harte (vgl. Lc 2,41-52). Voortdurend in gebed verzonken
leefde Hij in innige vereniging met God die Hij aansprak met Abba,
"Vader", tot grote verwondering van hen die het hoorden (vgl. Joh
8,34-59).
De armen, de verlatenen, de geringen was Hij nabij, en Hij verklaarde
dat zij waarlijk gelukkig waren, omdat God met hen was. Hij zat aan tafel met
zondaars en verzekerde hen dat aan de tafel van de Vader er ook voor hen plaats
was, indien zij zich afwendden van hun zondig gedrag en tot Hem terugkeerden.
Hij weende over een gestorven vriend, aan een weduwe gaf Hij haar overleden
zoon terug, Hij liet kinderen bij zich komen, Hij waste de voeten van zijn
leerlingen. Nooit was het goddelijk mededogen zo tastbaar nabij.
Zieken, lammen, blinden, doven en stommen, allen kregen door zijn
aanraking genezing en vergiffenis. Als gezellen en naaste medewerkers koos Hij
een vreemd allegaartje van zondaars, tollenaars, zeloten en mensen zonder
kennis van de wet, en ook vrouwen. Zo ontstond er een nieuwe familie die bijeen
werd gehouden door de hartelijke en verrassende liefde van de Vader. Jezus
predikte heel eenvoudig; wanneer Hij over de liefde van God en over zijn Rijk
sprak, gebruikte Hij voorbeelden die aan het leven van alledag waren ontleend;
het volk erkende dat Hij met gezag sprak.
En toch werd Hij ervan beschuldigd de heilige wet te schenden, een
godslasteraar, een openbare onruststoker te zijn die uit de weg moest worden
geruimd. Na een proces dat op een vals getuigenis berustte (vgl. Mc 14,56) werd
Hij veroordeeld om als een misdadiger te sterven aan het kruis, vernederd en
van iedereen verlaten, als was Hij verslagen. Hij werd haastig begraven in een
geleend graf. Maar op de derde dag na zijn dood werd ondanks het toezicht van
de wachters het graf leeg aangetroffen. Na uit de doden te zijn verrezen
verscheen Jezus aan zijn leerlingen, alvorens terug te keren tot de Vader van
Wie Hij was uitgegaan.
Samen met alle christenen geloven wij dat dit bijzondere leven, in
zekere zin zo gewoon en eenvoudig, en van de andere kant zo totaal
onvoorstelbaar en geheimvol, het Rijk van God deed binnentreden in de
geschiedenis van de mensheid, en "de kracht daarvan in alle aspecten van
het leven van de mens en de door zonde en dood getekende samenleving liet
doordringen".41 Door zijn woorden en daden, met name door zijn
lijden, dood en verrijzenis heeft Jezus de wil van de Vader vervuld, dat
namelijk heel de mensheid in Hem verzoend zou worden, nadat door de oerzonde
een breuk was ontstaan in de relatie tussen de Schepper en zijn schepping. Op
het kruis nam Hij de zonden van de wereld uit verleden, heden en toekomst op
zich. Paulus herinnert ons eraan dat wij omwille van onze zonden dood waren, en
dat zijn dood ons het leven heeft teruggegeven: God heeft u "weer levend
gemaakt met Hem! Hij heeft ons al onze overtredingen vergeven. Hij heeft de
oorkonde met al haar bepalingen, die in ons nadeel was en tegen ons getuigde,
verscheurd. Hij heeft haar uit ons midden weggenomen en aan het kruis
genageld" (Kol 2,13-14). Zo is het heil eens en altijd bezegeld. Jezus is
onze Heiland in de meest volle betekenis van het woord, omdat zijn woorden en
werken, met name zijn opstanding uit de dood, geopenbaard hebben dat Hij de
Zoon was van God, het van eeuwigheid bestaande Woord, die voor eeuwig heerst
als Heer en Messias.
De persoon en zending van de Zoon van God
|