12. Het "schandaal" van het christendom is te geloven dat God, de
Hoogheilige, de Almachtige, de Alwetende, onze menselijke natuur heeft
aangenomen en lijden en dood heeft ondergaan om het heil te verwerven voor alle
volkeren (vgl. 1 Kor 1,23). Het geloof dat wij hebben ontvangen leert dat Jezus
het plan van de Vader om de wereld en de gehele mensheid te redden, geopenbaard
en verwezenlijkt heeft krachtens "hetgeen Hij is" en krachtens
"hetgeen Hij tot stand brengt omwille van wat Hij is". "Hetgeen
Hij is" en "hetgeen Hij doet" krijgen alleen binnen
het mysterie van de Drie-ene God hun volle betekenis. Een van de constante
zorgen van mijn pontificaat was de gelovigen te wijzen op de levensgemeenschap
van de gezegende Drie-eenheid, en de eenheid van de drie goddelijke Personen in
het plan van de schepping en de verlossing. In de encyclieken Redemptor
hominis, Dives in misericordia en Dominum et vivificantem staan de
Zoon, de Vader en de heilige Geest centraal, alsmede de rol van ieder van Hen
in het goddelijk heilsplan. Toch mogen we niet de ene Persoon afzonderen of
scheiden van de andere, want ieder van hen openbaart zich slechts binnen de
gemeenschap van leven en handelen van de Drie-eenheid. Jezus’ heilswerk komt
voort uit de onderlinge eenheid van de goddelijke Personen, en het opent voor
allen die in Hem geloven de weg om intiem verbonden te worden met de
Drie-eenheid en met de afzonderlijke Personen in de Drie-eenheid.
"Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien," zegt Jezus (Joh
14,9). In Jezus Christus alleen woont lijfelijk de godheid in heel haar volheid
(vgl. Kol 2,9), en maakt Hem tot Woord van God, enige en absolute Heiland (vgl.
Heb 1,1-4). Als beslissend Woord van de Vader maakt Jezus God en zijn heilswil
op de meest volmaakte wijze bekend. "Alleen door Mij heeft men toegang tot
de Vader," zegt Jezus (Joh 14,6). Hij is "de weg, en de waarheid en
het leven" (Joh 14,6), want Hij verklaart zelf: "het zijn de daden
van de Vader, die in Mij blijft" (Joh 14,10). Alleen in de persoon van
Jezus verschijnt het heilswoord van God in zijn volheid en leidt het einde der
dagen in (vgl. Heb 1,1-2). Zo kon reeds in de eerste dagen van de Kerk Petrus
verkondigen dat "er onder de hemel geen andere naam aan mensen is gegeven
waardoor wij ons kunnen laten redden" (Hnd 4,12).
De zending van de Heiland bereikt haar hoogtepunt in het Paasgeheim. Op
het kruis, toen "Hij met wijd gestrekte armen het onverwoestbaar teken
opgericht heeft van het verbond tussen de hemel en de aarde"42
smeekte Hij met een laatste kreet zijn Vader de zonden te vergeven van de mensheid:
"Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen" (Lc 23,34).
Jezus heeft de zonde vernietigd door de kracht van zijn liefde voor zijn Vader
en voor het mensengeslacht. Hij heeft alle wonden op zich genomen die de zonde
aan de mensheid had toegebracht, en Hij bood bevrijding door middel van
bekering. De eerste vruchten daarvan ziet men in de moordenaar die naast Hem
aan een ander kruis hing en die tot inkeer kwam (vgl. Lc 23,34). Zijn laatste
woorden waren de kreet van de trouwe Zoon: "Vader, in uw handen beveel Ik
mijn geest" (Lc 23,46). Met deze hoogste uiting van liefde legde Hij heel
zijn leven en zending in de handen van zijn Vader die Hem had gezonden. Op dat
moment gaf Hij heel de schepping en ook de gehele mensheid terug aan zijn Vader
opdat Hij ze weer in genadevolle liefde zou aanvaarden.
Alles wat de Zoon is en gedaan heeft, wordt door de Vader aanvaard, en
Deze kan het dan als gave aan de wereld aanbieden op het moment dat Hij Jezus
uit de dood doet opstaan en Hem doet plaats nemen aan zijn rechterhand, daar
waar zonde en dood geen macht meer hebben. Door middel van het Paasoffer van
Jezus biedt de Vader de wereld definitief verzoening en volheid van leven
aan. Deze buitengewone gave kon alleen door tussenkomst van de welbeminde
Zoon worden geschonken, want deze was de enige die volledig kon beantwoorden
aan de door de zonde afgewezen liefde van de Vader. In Jezus Christus leren we
door de kracht van de heilige Geest inzien dat God niet ver weg is, boven en
buiten de mens, maar dat Hij heel dichtbij is, dat Hij werkelijk in alle
omstandigheden van het leven met ieder individu en met heel de mensheid
verenigd is. Dat is de boodschap die het christendom aan de wereld brengt, een
boodschap die voor alle gelovigen een bron van onvergelijkelijke troost en
verwachting is.
Jezus Christus, de Waarheid van de mensheid
|