13. Hoe kunnen Jezus’ mensheid en het onuitsprekelijk geheim van de
menswording van de Zoon van de Vader het menselijk bestaan verhelderen? De
mensgeworden Zoon van God heeft niet alleen de Vader en zijn heilsplan volkomen
geopenbaard, maar ook "maakt (Hij) de mens ten volle aan de mens zelf
duidelijk".43 Zijn woorden en hetgeen Hij doet, vooral zijn dood
en opstanding, openbaren wat de diepe betekenis is van mens te zijn. Door Jezus
kan de mens uiteindelijk de waarheid over zichzelf leren kennen. Het volmaakt
menselijke leven van Jezus, dat geheel gewijd was aan de liefde en dienst van
zijn Vader en van de mensheid, toont aan dat iedere mens geroepen is liefde te
ontvangen en daarvoor liefde terug te schenken. In Jezus zien we met verrukking
hoe onuitputtelijk het vermogen van het mensenhart is om God en mens lief te
hebben, zelfs als dat misschien groot lijden met zich meebrengt. Vooral op het
kruis vernietigt Jezus de macht van het zichzelf vernietigend verzet tegen de
liefde, waaronder wij door de zonde gebukt gaan. Van zijn kant reageert de
Vader door Jezus te doen opstaan als de eerstgeborene van hen die Hij heeft
voorbestemd gelijkvormig te worden aan het beeld van zijn Zoon (vgl. Rom 8,29).
Op dat moment is Jezus eens en voorgoed de openbaring en vervulling geworden
van een mensheid die volgens Gods plan herschapen en vernieuwd is. In Jezus
zien wij de luister en waardigheid van iedere mens in het hart van God, die de
mens schiep naar zijn beeld (vgl. Gn 1,26), en ontdekken we de oorsprong van de
nieuwe schepping die door zijn genade heeft plaatsgevonden.
Het Tweede Vaticaans Concilie leerde dat "Hij zich, als Zoon van
God, door zijn menswording in zekere zin met iedere mens heeft
verenigd".44 In deze diepe waarheid zagen de synodevaders de
uiteindelijke bron van hoop voor de volken van Azië bij hun strijd en
onzekerheden. Wanneer mannen en vrouwen met een levend geloof ingaan op de
liefdesgave van God, brengt zijn aanwezigheid liefde en vrede, en bewerkt een
inwendige omvorming in het mensenhart. In de Encycliek Redemptor hominis
schreef ik: "De verlossing van de wereld – dit ontzagwekkend mysterie van
de liefde waarin de schepping wordt vernieuwd – is in haar diepste wezen de
volheid van de gerechtigheid in het hart van de mens: in het hart van de
eerstgeboren Zoon, opdat zij de gerechtigheid zou kunnen worden in het hart van
vele mensen die, in deze eerstgeboren Zoon, van alle eeuwigheid zijn voorbestemd
kinderen van God te worden en die geroepen zijn tot genade en liefde."
45
Zo heeft de zending van Jezus de gemeenschap tussen God en de mensheid
hersteld; ook heeft zij een nieuwe onderlinge verbondenheid tot stand gebracht
tussen de mensen die van elkaar door de zonde vervreemd waren. Alle
verdeeldheden ten spijt maakt Jezus het aan alle volken mogelijk te leven als
broeders en zusters die één Vader erkennen die in de hemel is
(vgl. Mt 23,9). In Hem is een nieuwe harmonie verschenen waar "er geen
Jood of Griek meer is, geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent
allemaal één in Christus Jezus" (Gal 3,28). Jezus is onze
vrede, "Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de
scheidsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap te
vernietigen" (Ef 2,14). Bij alles wat Hij zei en deed, was Jezus de stem,
de handen en armen van zijn Vader, alle kinderen van God verzamelend tot
één familie van liefde. Hij bad dat zijn leerlingen op dezelfde
wijze in onderlinge verbondenheid zouden mogen leven als Hij zelf
één is met de Vader (vgl. Joh 17,11). Bij zijn laatste woorden
hoorden wij Hem zeggen: "Met de liefde die de Vader Mij heeft toegedragen,
heb Ik jullie liefgehad. Blijf in die liefde met Mij verbonden. … Dit is mijn
opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die Ik jullie heb
toegedragen" (Joh 15,9.12). Daar Jezus gezonden is door de God van de
communio, en werkelijk God en werkelijk mens is, heeft Hij de communio tussen
hemel en aarde in zijn persoon tot stand gebracht. Wij geloven dat "in Hem
heel de volheid heeft willen wonen om door Hem alles met zich te verzoenen en
vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten, om alle wezens in de
hemel en op de aarde door Hem te verzoenen" (Kol 1,19-20). Het heil is te
vinden in de persoon van de mensgeworden Zoon van God en in de zending die
alleen aan Hem als Zoon werd toevertrouwd, een zending van dienstbaarheid en
liefde terwille van het leven van allen. Samen met de Kerk van de gehele wereld
verkondigt de Kerk in Azië de geloofswaarheid: "God is
één; één is ook de middelaar tussen God en de
mensen, de mens Christus Jezus. Hij heeft zichzelf gegeven als losprijs voor
allen" (1 Tim 2,5-6).
Het uniek en universeel karakter van het heil
in Jezus
|