16. Naar het eeuwig plan van de Vader ontvouwt zich onder leiding van de
Geest de heilsgeschiedenis op het toneel van de wereld en zelfs van de kosmos.
Dit plan dat vanaf het eerste moment van de schepping in gang is gezet, is
reeds aanwezig in het Oude Testament en is tot vervulling gebracht door de
genade van Jezus Christus; door dezelfde heilige Geest gaat het voort in de
nieuwe schepping totdat de Heer in zijn glorie weerkeert aan het einde der
tijden. 56 De menswording van Gods Zoon is het meest verheven werk van
de heilige Geest. "De ontvangenis en de geboorte van Jezus Christus zijn
het grootste werk, dat de heilige Geest verricht heeft in de geschiedenis van
de schepping en van het heil: de hoogste genade – gratia unionis (genade
van vereniging), bron van alle genaden." 57 De menswording is het
gebeuren waardoor God niet alleen de mensen maar ook de gehele schepping en heel
de geschiedenis in een nieuwe en definitieve eenheid met zich verenigt.
58
Door de kracht van de heilige Geest in de schoot van de maagd Maria
ontvangen (vgl. Lc 1,35: Mt 1,20) werd Jezus van Nazaret, Messias en enige
Heiland, vervuld van de heilige Geest. Deze daalde op Hem neer bij het doopsel
(vgl. Mc 1,10) en voerde Hem naar de woestijn om Hem voorafgaand aan zijn
openbaar optreden te sterken (vgl. Mc 1,12; Lc 4,1; Mt 4,1). In de synagoge van
Nazaret begon Jezus zijn profetische zending, waarbij Hij het visioen van
Jesaja op zichzelf van toepassing verklaarde over de zalving met de heilige
Geest die Hem brengt tot het verkondigen van de Blijde Boodschap aan de armen,
van bevrijding aan de gevangenen en van een genadejaar van de Heer (vgl. Lc
4,18-19). Door de kracht van de Geest geneest Jezus zieken en drijft Hij
duivels uit, als teken dat het Rijk Gods gekomen was (vgl. Mt 12,28). Na zijn
opstanding uit de dood schonk Hij aan de leerlingen de heilige Geest, die Hij
beloofd had te zullen uitstorten over de Kerk als Hij naar de Vader zou zijn
wedergekeerd. (vgl. Joh 20,22-23).
Dit alles toont aan dat de heilbrengende zending van Jezus het
duidelijke stempel draagt van de aanwezigheid van de Geest: het leven, het nieuwe
leven. Tussen de zending van de Zoon door de Vader en de zending van
de Geest door de Vader en de Zoon is een nauw en vitaal verband. 59
Het handelen van de Geest in schepping en geschiedenis van de mens krijgt bij
zijn handelen in het leven en de zending van Jezus een totaal nieuwe betekenis.
De door de Geest uitgezaaide "kiemen van het Woord" bereiden heel de
schepping, de geschiedenis en de mens voor op de volle rijpheid in Christus.
60
De synodevaders hebben hun zorg uitgesproken over de tendens om het
handelen van de heilige Geest los te maken van dat van Jezus de Heiland; in
antwoord op hun zorg herhaal ik wat ik reeds schreef in de Encycliek Redemptoris
missio: "(De Geest) is geen alternatief voor Christus en vult niet een
soort leegte op die er zou bestaan tussen Christus en de Logos, zoals soms
verondersteld wordt. Al wat de Geest bewerkt in het hart van de mensen en in de
geschiedenis van de volkeren, in de culturen en de godsdiensten, vervult een
rol van voorbereiding op het evangelie en verwijst naar Christus, het Woord dat
vlees is geworden door de werking van de Geest, ‘zodat Het als de volmaakte
mens allen kon redden en alles in zich recapituleren’." 61
De universele aanwezigheid van de heilige Geest kan dus niet als
verontschuldiging dienen, wanneer wordt nagelaten Jezus Christus uitdrukkelijk
als ene en enige Heiland te verkondigen. Van de andere kant is de universele
aanwezigheid van de heilige Geest onafscheidelijk verbonden met het universele
heil in Jezus. De tegenwoordigheid van de Geest in schepping en geschiedenis
voert tot Jezus Christus, in Wie schepping en geschiedenis verlost zijn en hun
vervulling vinden. De aanwezigheid en het handelen van de Geest, of dat nu is
bij de menswording of op het hoogtepunt van het Pinkstergebeuren, zijn steeds
gericht op Jezus en op het heil dat Hij brengt. Daarom kan de universele
aanwezigheid van de Geest nooit worden losgemaakt van zijn handelen binnen het
Lichaam van Christus, de Kerk. 62
De heilige Geest en het Lichaam van Christus
|