18. De Geest die in Azië werkzaam was in de tijd van de aartsvaders en
profeten, en nog krachtiger in de tijd van Jezus Christus en de oerkerk, is in
deze tijd werkzaam bij de christenen van Azië, en bevestigt hun
geloofsgetuigenis onder de volkeren, culturen en godsdiensten van het
continent. Zoals de grote liefdesdialoog tussen God en mens voorbereid werd
door de heilige Geest en plaats vindt op Aziatische bodem in het mysterie van
Christus, zo gaat nu de dialoog tussen de Heiland en de volkeren van het
continent verder door de kracht van diezelfde Geest die werkzaam is in de Kerk.
In dit gebeuren hebben de bisschoppen, priesters, godgewijde mensen, mannelijke
en vrouwelijke leken een wezenlijke rol te vervullen, volgens de woorden van
Jezus die zowel een belofte als een opdracht zijn: "Wanneer de heilige
Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in
Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde"
(Hnd 1,8).
De Kerk is ervan overtuigd dat diep in mensen, culturen en godsdiensten
van Azië een dorst leeft naar "levend water" (vgl. Joh 4,10-15),
een dorst die de Geest zelf heeft verwekt en die alleen volledig gelest kan
worden door Jezus de Heiland. De Kerk wendt zich tot de heilige Geest opdat Hij
doorgaat de volkeren van Azië voor te bereiden op de heilbrengende dialoog
met de Verlosser van alle mensen. De Kerk die bij haar opdracht om te dienen en
lief te hebben geleid wordt door de Geest, kan een ontmoeting tot stand brengen
tussen Jezus Christus en de volkeren van Azië, want zij zoeken naar de
volheid van leven. Alleen in die ontmoeting kan het levend water gevonden
worden dat opborrelt tot het eeuwige leven, de kennis namelijk van de
éne ware God en van Christus die Hij heeft gezonden (vgl. Joh 17,3).
De Kerk weet zeer goed dat zij haar opdracht alleen door te gehoorzamen
aan de ingevingen van de heilige Geest kan vervullen. Zij is geroepen om
waarachtig teken en instrument te zijn van het werken van de Geest in alles wat
er in Azië gebeurt; ze moet in de verschillende omstandigheden van het
continent de oproep van de Geest weten te verstaan om op nieuwe en
doeltreffende wijze van Jezus de Heiland te getuigen. De volle waarheid over
Jezus en het heil dat Hij voor ons heeft verdiend is altijd een geschenk, en
nooit het resultaat van menselijk streven. "De Geest zelf bevestigt het
getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God. Maar als wij kinderen
zijn, dan zijn wij ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God tezamen met
Christus" (Rom 8,16-17). Daarom houdt de Kerk niet op luid te bidden:
"Kom heilige Geest! Vervul de harten van uw gelovigen! Ontsteek in hen het
vuur van uw liefde!" Dat is het vuur dat Jezus op aarde heeft doen
neerdalen, en de Kerk in Azië deelt het vurig verlangen dat dit vuur nu
zou worden ontstoken (vgl. Lc 12,49). Bezield door dit vurig verlangen hebben
de synodevaders willen nagaan welke de voornaamste gebieden zijn voor de zending
voor de Kerk in Azië, terwijl zij zich opmaakt om het nieuwe millennium
binnen te gaan.
|