19. Op de vooravond van het derde millennium weerklinkt de stem van de
verrezen Christus opnieuw in het hart van iedere christen: "Mij is alle
macht gegeven in de hemel en op aarde. Ga, en maak alle volkeren tot leerling;
doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en leer hun
alles onderhouden wat Ik jullie geboden heb. Weet wel, Ik ben met jullie, alle
dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (Mt 28,18-20). Zeker als zij
waren van de onfeilbare steun van Jezus zelf en van de tegenwoordigheid en
kracht van zijn Geest, begonnen de apostelen meteen na Pinksteren met de
uitvoering van deze opdracht: "zij trokken eropuit om overal de boodschap
uit te dragen, terwijl de Heer meewerkte" (Mc 16,20). Hun boodschap kan
worden samengevat met de woorden van Paulus: "Wij verkondigen immers niet
onszelf, maar wij verkondigen Jezus Christus als de Heer en onszelf als uw
dienaren omwille van Jezus" (2 Kor 4,5). Gezegend met de gave van het
geloof gaat de Kerk na tweeduizend jaar nog steeds naar de volkeren van de
wereld toe om hen te doen delen in de Blijde Boodschap van Jezus Christus. Ze
is een gemeenschap die brandt van missie-ijver opdat Jezus bekend, bemind en
gevolgd moge worden.
Er kan geen werkelijke evangelisatie plaats vinden zonder de
uitdrukkelijke verkondiging dat Jezus de Heer is. Als reactie op een zekere
verwarring aangaande de ware natuur van de zending van de Kerk hebben het
Tweede Vaticaans Concilie en daarna het Leergezag vele malen er met nadruk op
gewezen dat bij alle evangelisatiearbeid de verkondiging van Jezus Christus
voorop dient te staan. Paulus VI heeft hierover uitdrukkelijk geschreven dat
"er geen echte evangelisatie bestaat tenzij de naam en de leer, het leven
en de beloften, het rijk en het mysterie van Jezus van Nazaret, de Zoon Gods
worden verkondigd".66 Generaties lang hebben christenen dit in de
loop der eeuwen gedaan. Met begrijpelijke trots hebben de synodevaders eraan
herinnerd dat "talrijke christelijke gemeenschappen in Azië door de
eeuwen heen hun geloof ondanks grote beproevingen bewaard hebben, en met
heldhaftige standvastigheid gehecht zijn gebleven aan dit geestelijk erfgoed.
Deze immense schat is voor hen een bron van grote vreugde en een prikkel."
67
Tegelijk hebben de deelnemers aan de Speciale Vergadering bij herhaling
uitgesproken dat een nieuwe inzet gevraagd wordt om Jezus Christus te
verkondigen, juist op dit continent waar tweeduizend jaar geleden deze
verkondiging een aanvang heeft genomen. De woorden van de apostel Paulus
krijgen een nog actuelere betekenis als men denkt aan de vele miljoenen mensen
die op dit continent nooit duidelijk en bewust de persoon van Jezus ontmoet
hebben: "Iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal gered worden. Maar
hoe kunnen zij iemand aanroepen in wie zij niet geloven? Hoe kunnen ze in
iemand geloven zonder van Hem te hebben gehoord? Hoe kunnen ze over iemand
horen, als niemand Hem verkondigt?" (Rom 10,13-14). De Kerk in Azië
staat op het ogenblik voor de grote vraag op welke wijze we met onze
Aziatische broeders en zusters de gave kunnen delen die wij met grote zorg
bewaren omdat ze iedere andere gave bevat, de Blijde Boodschap namelijk van
Jezus Christus.
Jezus Christus verkondigen in Azië
|