29. Het gemeenschappelijk onderwerp van de verschillende ‘continentale’
Synodes als voorbereiding op het grote Jubileum van het jaar 2000, is de
nieuwe evangelisatie. Een nieuw tijdperk van evangelieverkondiging is van
wezenlijk belang, niet alleen omdat na 2000 jaar het grootste deel van de
mensheid Christus nog steeds niet kent, maar ook omdat de situatie waarin Kerk
en wereld zich op de drempel van het nieuwe millennium bevinden bijzondere
uitdagingen inhoudt voor het godsdienstig geloof en de daaruit afgeleide
zedelijke waarheden. Bijna overal constateert men de tendens om aan vooruitgang
en welvaart te werken zonder aan God te denken, en om de religieuze dimensie
van de mens als een louter persoonlijke aangelegenheid te beschouwen. Wanneer
de samenleving niet langer vasthoudt aan de meest fundamentele waarheden over
de mens, namelijk zijn relatie tot de Schepper en tot de door Christus in de
heilige Geest tot stand gebrachte Verlossing, zal ze zich steeds verder
verwijderen van de ware bronnen van leven, liefde en geluk. Deze eeuw vol
geweld die ten einde loopt, heeft op huiveringwekkende wijze laten zien wat er
kan gebeuren als waarheid en goedheid de plaats moeten ruimen voor
machtsbegeerte en zelfverheffing. Als uitnodiging tot bekering, tot genade en
tot wijsheid is de nieuwe evangelisatie de enige waarachtige hoop op een betere
wereld en een helderder toekomst. De vraag is niet óf de Kerk iets
wezenlijks te zeggen heeft aan de mannen en vrouwen van deze tijd: de vraag is
hóe dit helder en overtuigend te zeggen!
Ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie heeft mijn voorganger paus
Paulus VI in de Encycliek Ecclesiam suam verklaard dat het probleem van
de verhouding tussen de Kerk en de moderne wereld een van de belangrijkste
aandachtspunten is van onze tijd. Hij schreef dat "de noodzaak dit
probleem op te lossen zo’n druk op onze geest legt, een prikkel en als het ware
een innerlijke drang".147 Sinds het Concilie heeft de Kerk
voortdurend laten zien dat ze deze relatie in een geest van dialoog wilde
voortzetten. Het verlangen naar dialoog is echter niet alleen maar een
strategie om te komen tot een vreedzame coëxistentie van volkeren; de
dialoog is een wezenlijk onderdeel van de zending van de Kerk, omdat hij zijn
oorsprong vindt in de heilbrengende liefdesdialoog van de Vader met de mensheid
door de Zoon in de kracht van de heilige Geest. De Kerk kan haar zending alleen
maar vervullen op een manier die aansluit bij de wijze waarop God in Jezus
Christus te werk is gegaan: Hij is mensgeworden, Hij heeft ons mensenleven
gedeeld en de taal van mensen gesproken om zijn heilsboodschap mee te delen. De
door de Kerk voorgestelde dialoog is gebaseerd op de logica van de Incarnatie.
Het is dus alleen uit vurige en belangeloze solidariteit dat de Kerk de dialoog
aangaat met de mannen en vrouwen in Azië die zoeken naar de waarheid in de
liefde.
Het is absoluut noodzakelijk dat de Kerk als sacrament van de eenheid
van de gehele mensheid in gesprek gaat met alle volkeren, te allen tijde en
overal. Beantwoordend aan de haar toevertrouwde zending durft zij naar de
volkeren van de wereld toe te gaan, ook al beseft ze dat ze temidden van de
ontelbare mensenmenigte een "kleine kudde" is (vgl. Lc 12,32), maar
ook het gist in het deeg van de wereld (vgl. Mt 13,33). Ze wil op de eerste
plaats de dialoog aangaan met hen die haar geloof delen in Jezus Christus, Heer
en Heiland. Maar over de christelijke wereld heen wil ze deze dialoog ook
aangaan met de aanhangers van andere godsdienstige tradities, daarbij uitgaande
van de godsdienstige verwachtingen die in ieder mensenhart aanwezig zijn. De
oecumenische dialoog en de interreligieuze dialoog zijn een werkelijke roeping
van de Kerk.
Oecumenische dialoog
|