Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ecclesia in Asia

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk V   Communio en dialoog voor de missie
    • 31
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

31. In de apostolische brief Tertio millennio adveniente heb ik aangegeven dat het op komst zijnde nieuwe millennium een gunstige gelegenheid betekent voor de interreligieuze dialoog en voor ontmoetingen met de leiders van de grote wereldgodsdiensten. 152 Als een plicht en een uitdaging heeft het Tweede Vaticaans Concilie de gehele Kerk het contact, de dialoog en de samenwerking opgedragen met de aanhangers van de andere godsdiensten. De beginselen voor het zoeken naar een positieve verhouding met de andere godsdienstige tradities zijn uiteengezet in de Verklaring van het Concilie Nostra aetate die op 28 oktober 1965 gepromulgeerd werd, en handvest is voor de interreligieuze dialoog in onze tijd. Vanuit christelijk standpunt is de interreligieuze dialoog meer dan een manier om elkaar beter te leren kennen en verrijken; ze is onderdeel van de evangelisatieopdracht van de Kerk, een vorm van de missie ad gentes. 153 Bij de interreligieuze dialoog brengen de christenen hun vaste overtuiging in dat de volheid van het heil alleen van Christus komt, en dat de kerkelijke gemeenschap waartoe zij behoren het gebruikelijke middel is voor het heil. 154 Ik herhaal hier hetgeen ik aan de vijfde voltallige Vergadering van de Federatie van Bisschoppenconferenties van Azië schreef: "Hoewel de Kerk met vreugde alles erkent wat waar en heilig is in de godsdienstige tradities van het boeddhisme, hindoeïsme en islam als een afspiegeling van die waarheid die alle mensen verlicht, wordt daardoor haar plicht niet geringer om zonder aarzelen Jezus Christus te verkondigen die ‘de weg, de waarheid en het leven’ is. … Het feit dat de aanhangers van andere godsdiensten de genade van God kunnen ontvangen en door Christus gered kunnen worden buiten de door Hem ingestelde gebruikelijke middelen om, maakt de roeping tot geloof en doopsel niet ongedaan die God voor alle volkeren wil." 155

Wat de wijze betreft waarop de dialoog gevoerd dient te worden schreef ik reeds in de Encycliek Redemptoris missio: "Men moet beslist niet verkeerdelijk toegeeflijk of irenisch zijn, maar voor elkaar getuigenis afleggen voor een gemeenschappelijke vooruitgang op de weg van het religieuze zoeken en ervaren en tevens voor het overwinnen van vooroordelen, onverdraagzaamheid en misverstanden".156 Alleen mensen met een rijp en overtuigd christelijk geloof zijn gerechtigd om een echte interreligieuze dialoog aan te gaan. "Alleen christenen die diep doordrongen zijn van het mysterie van Christus en die zich thuis voelen in hun geloofsgemeenschap, kunnen zonder al te veel risico en met de verwachting van goede resultaten de interreligieuze dialoog aangaan." 157 Het is dus voor de Kerk in Azië van belang te zorgen voor geschikte vormen van interreligieuze dialoog (evangelisatie in onderlinge dialoog en dialoog ten behoeve van de evangelisatie) en voor passende voorbereiding van hen die daaraan deelnemen.

Na erop gewezen te hebben dat een vast geloof in Christus bij de interreligieuze dialoog noodzakelijk is, spraken de synodevaders over de behoefte aan een dialoog van leven en hart. Wanneer de volgelingen van Christus de dialoog met anderen aangaan moeten zij zoals hun Meester nederig en zachtmoedig van harte zijn, en mogen zij zich nooit hoogmoedig of neerbuigend betonen (vgl. Mt 11,29). "De interreligieuze betrekkingen verlopen beter wanneer men open staat voor de andere gelovigen, bereid is te luisteren, verlangt de anderen in hun anderszijn te respecteren en begrijpen. Daartoe is genegenheid voor de anderen onmisbaar. Dat zou moeten leiden tot samenwerking, harmonie en wederzijdse verrijking." 158

Om de deelnemers aan de interreligieuze dialoog een leidraad te bieden heeft de Synode voorgesteld daarvoor een directorium op te stellen. 159 Terwijl de Kerk nieuwe wegen verkent voor ontmoeting met de andere godsdiensten, wil ik wijzen op enige vormen van dialoog die al met goed succes gehanteerd worden, zoals uitwisselingen tussen deskundigen of officiële vertegenwoordigers van de godsdienstige tradities, samenwerking ten bate van alle facetten van het menszijn, verdediging van de godsdienstige en menselijke waarden. 160 Ik wil nog eens uitdrukkelijk wijzen op het belang om in het dialoogproces voor gebed en beschouwing een belangrijke plaats in te ruimen. De godgewijden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de interreligieuze dialoog door te laten zien hoe vitaal de grote christelijke tradities zijn op het gebied van ascese en mystiek. 161

De gedenkwaardige ontmoeting op 27 oktober 1986 in Assisi, de stad van Franciscus, tussen de katholieke Kerk en de vertegenwoordigers van de andere wereldgodsdiensten toont aan dat godsdienstige mensen, zonder hun eigen traditie op te geven, toch van harte kunnen bidden en werken voor vrede en welzijn van de mensheid. 162 De Kerk moet zich blijven inspannen om deze geest van contact en samenwerking met de andere godsdiensten op alle niveaus te behouden en bevorderen.

Verbondenheid en dialoog zijn twee wezenlijke aspecten van de zending van de Kerk; ze vinden hun alles overstijgend voorbeeld in het geheim van de Drie-eenheid, waar alle zending van uitgaat en waarnaar iedere zending moet terugkeren. Een van de grote ‘verjaardagscadeaus’ die de leden van de Kerk, met name de geestelijke herders, de Heer van de geschiedenis kunnen aanbieden bij deze tweeduizendste verjaardag van de menswording is het versterking van de geest van eenheid en onderlinge verbondenheid op alle niveaus van het kerkelijk leven, een hernieuwde ‘heilige trots’ op de constante trouw van de Kerk aan hetgeen haar geschonken is, een nieuw vertrouwen op de blijvende genade en zending, waardoor zij onder de volkeren van de wereld wordt uitgezonden om te getuigen van de heilbrengende liefde en barmhartigheid van God. Alleen wanneer het volk van God de gave erkent die het in Christus bezit, is het in staat deze mee te delen aan anderen door middel van verkondiging en dialoog.

 

 




152. Vgl. Tertio millennio adveniente, 53.



153. Redemptoris missio, 55.



154. Vgl. t.a.p.



155. Johannes Paulus II, Boodschap aan de vijfde voltallige Vergadering van de Federatie van Bisschoppenconferenties van Azië (23 juni 1990), 4, in: aas 83 (1991), 101 e.v..



156. Redemptoris missio, 56.



157. Propositie 41.



158. T.a.p.



159. Vgl. t.a.p.



160. Vgl. Redemptoris missio, 57.



161. Vgl. Johannes Paulus II, postsynodale apostolische Exhortatie Vita consecrata (25 maart 1996), 8.



162. Vgl. Johannes Paulus II, Encycliek Sollicitudo rei socialis (30 december 1987), 47.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License