Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ecclesia in Asia

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk VI   Het dienen van de menselijke vooruitgang
    • 34
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

34. Bij haar streven om de menselijke waardigheid te bevorderen toont de Kerk haar voorkeursliefde voor de armen en voor hen die geen stem hebben, omdat de Heer op speciale wijze zich met hen heeft vereenzelvigd (vgl. Mt 25,40). Deze liefde sluit niemand buiten, maar in deze voorkeur wordt zichtbaar waar, zoals uit de christelijke traditie blijkt, bij de dienstverlening het zwaartepunt is gelegen. "De voorkeursliefde met de daardoor geïnspireerde beslissingen moet nu ook de onmetelijke menigten omvatten van hen die honger lijden, van bedelaars, van daklozen, [van mensen] zonder medische verzorging en vooral zonder hoop op een betere toekomst; men moet nota nemen van het bestaan van deze realiteiten. Ze negeren zou ons gelijk maken aan de ‘rijke smulpaap’ die deed alsof hij de bedelaar Lazarus niet kende die voor de poort lag (vgl. Lc 16,19-31)." 171 Dat gaat in het bijzonder op voor Azië, een continent, zo rijk aan grondstoffen en grote beschavingen, maar waar enkele van de allerarmste landen van de aarde te vinden zijn en meer dan de helft van de bevolking slachtoffer is van ontberingen, armoede en uitbuiting. 172 Steeds zullen de armen uit Azië en de wereld vooral hoop putten uit het gebod van het evangelie elkaar lief te hebben zoals Christus ons heeft liefgehad (vgl. Joh 13,34). Voor de Kerk in Azië is het een onontkoombare plicht zich serieus in te spannen om dit gebod met woord en daad jegens de armen in praktijk te brengen.

De solidariteit met de armen wordt geloofwaardiger als de christenen zelf in navolging van Jezus sober leven. Eenvoud van leven, diep geloof en oprechte liefde voor allen, met name voor de armen en uitgestotenen, zijn lichtende tekenen van het evangelie in de praktijk. De synodevaders hebben de katholieken in Azië opgeroepen tot een stijl van leven die beantwoordt aan de leer van het evangelie, zodat ze de zending van de Kerk beter kunnen dienen en zodat de Kerk zelf een Kerk kan worden van en voor de armen. 173

Bij haar liefde voor de armen van Azië richt de Kerk zich in het bijzonder tot de migranten, de inheemse en oorspronkelijke bevolkingsgroepen, de vrouwen en kinderen, want zij zijn vaak slachtoffer van de ergste vormen van uitbuiting. Talloze mensen lijden ook onder discriminatie op grond van hun cultuur, huidskleur, ras, kaste, hun financiële situatie of hun wijze van denken. Daartoe behoren ook de mensen die gediscrimineerd worden omdat ze zich tot het christendom hebben bekeerd. 174 Ik sluit mij aan bij het beroep dat de synodevaders op alle volkeren hebben gedaan om het recht te erkennen op vrijheid van geweten en godsdienst evenals de andere fundamentele mensenrechten. 175

Als nooit tevoren trekken op het ogenblik vluchtelingen, asielzoekers, migranten en buitenlandse arbeiders door Azië. Vaak hebben deze mensen in de landen waar ze terechtkomen geen vrienden, zijn ze in cultureel opzicht ontheemd, hebben zij een taalhandicap en zijn ze in financieel opzicht kwetsbaar. Ze hebben steun en aandacht nodig om hun menselijke waardigheid en hun culturele en godsdienstig traditie te kunnen bewaren. 176 Hoewel de Kerk in Azië slechts over beperkte middelen beschikt, tracht ze een gastvrij huis te zijn voor mensen die zwoegen en onder lasten gebukt gaan, want zij weet dat ze rust zullen vinden in het Hart van Jezus, waar niemand een vreemdeling is (vgl. Mt 11,28-29).

In bijna alle landen van Azië zijn er grote groepen van oorspronkelijke bewoners; sommige daarvan staan onderaan op de economische ladder. Verschillende keren heeft de Synode erop gewezen dat de inheemse en oorspronkelijke groepen van de bevolking zich voelen aangetrokken tot de persoon van Jezus Christus en tot de Kerk als gemeenschap van liefde en dienstbetoon. 177 Dit betekent voor de Kerk een enorm arbeidsveld van onderwijs en gezondheidszorg alsmede van de bevordering van deelname aan het maatschappelijk leven. De katholieke gemeenschap moet zich intenser toeleggen op de pastoraal bij die bevolkingsgroepen, en speciale aandacht besteden aan de zorgen en de kwesties op het gebied van de gerechtigheid waarmee ze te maken hebben. Dat veronderstelt een houding van groot respect voor hun traditionele godsdienst en waarden; bovendien veronderstelt dit dat men hen helpt te komen tot een zodanige zelfredzaamheid dat ze aan de verbetering van hun situatie kunnen werken en zelf hun cultuur en samenleving kunnen evangeliseren. 178

Niemand kan onbewogen blijven bij het leed van zoveel kinderen in Azië, slachtoffers van onduldbare uitbuiting en geweld, waarvan de oorzaak niet alleen aan individuele personen moet worden toegeschreven, maar die vaak ook het rechtstreekse gevolg zijn van verdorven maatschappelijke structuren. De synodevaders hebben erop gewezen dat kinderarbeid, pedofilie en drugs de maatschappelijke kwalen zijn waardoor de kinderen het meest rechtstreeks worden getroffen, en ze hebben duidelijk aangetoond dat ze gepaard gaan met andere zoals armoede en slecht opgezette nationale ontwikkelingsprogramma’s. 179 De Kerk moet doen wat in haar vermogen ligt om deze ellende een halt toe te roepen, om zich in te spannen voor hen die het meest uitgebuit worden en om te trachten de kinderen Jezus te leren liefhebben, want het Rijk van God behoort aan hen toe (vgl. Lc 18,16). 180

Speciale aandacht heeft de Synode besteed aan de vrouw: haar situatie is nog steeds een ernstig probleem in Azië, waar ze vaak op de plaats waar zij woont of werkt, en zelfs in het rechtssysteem, gediscrimineerd wordt en slachtoffer is van geweld. Zeer veel vrouwen kunnen lezen noch schrijven; velen worden louter gezien als middel voor prostitutie, toerisme en recreatie-industrie. 181 In hun strijd tegen alle vormen van onrecht en discriminatie zouden de vrouwen een bondgenoot moeten vinden in de christelijke gemeenschap; daarom stelt de Synode voor dat, waar mogelijk, de plaatselijke Kerken acties ten behoeve van de voor vrouwen bestemde mensenrechten ondersteunen. Het doel moet zijn om door middel van een goed begrip van de rol die man en vrouw in gezin, samenleving en Kerk hebben, te komen tot een andere houding door beter te beseffen hoe man en vrouw elkaar op heel eigen wijze aanvullen, en door meer waardering voor het vrouwelijk element op alle gebieden van het menselijk leven. Al te vaak is hetgeen vrouwen doen onderschat of genegeerd, hetgeen een verarming betekende voor de mensheid. De Kerk in Azië zou duidelijker en doeltreffender de waardigheid en vrijheid van de vrouw kunnen ondersteunen door hun rol in het kerkelijk leven, ook op intellectueel gebied, te stimuleren, en hun vaker de gelegenheid te bieden actief deel te nemen aan de zending van liefde en dienstbetoon van de Kerk. 182

Het evangelie van het leven




171. Sollicitudo rei socialis, 42; vgl. Libertatis conscientia, 68.



172. Vgl. Propositie 44.



173. Vgl. t.a.p.



174. Vgl. Propositie 39.



175. Vgl. Propositie 22.



176. Vgl. Propositie 36.



177. Vgl. Propositie 38.



178. Vgl. t.a.p.



179. Vgl. Propositie 33.



180. Vgl. t.a.p.



181. Vgl. Propositie 35.



182. Vgl. t.a.p.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License