Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ecclesia in Asia

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk VI   Het dienen van de menselijke vooruitgang
    • 41
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

41. Wanneer de zorg voor de economische en technologische vooruitgang niet gepaard gaat met een zelfde aandacht voor het evenwicht in het ecosysteem, wordt onze aarde onvermijdelijk blootgesteld aan ernstige milieuschade, met heilloze gevolgen voor het welzijn van de mensen. Zolang de aarde en hetgeen zij aan mogelijkheden bezit, louter beschouwd wordt als iets dat dient voor onmiddellijk gebruik en consumptie, als iets waarmee je in de teugelloze jacht naar gewin kan doen wat je wil, zolang zal het ook aan alle respect voor het natuurlijk milieu ontbreken. 200 Christenen en zij die God zien als Schepper hebben de plicht het milieu te beschermen en weer een nieuw gevoel van eerbied bij te brengen voor alles wat God heeft geschapen. De Schepper wil dat de mens de natuur niet onbarmhartig uitbuit, maar haar als een verstandig rentmeester met verantwoordelijkheidsbesef beheert. 201 Met name hebben de synodevaders gepleit voor een groter verantwoordelijkheidsbesef bij de regeringsleiders, de wetgevers, zakenlieden en allen die rechtstreeks betrokken zijn bij het beheer van de schatten der aarde. 202 Vervolgens hebben ze erop gewezen dat de mensen, met name de jonge mensen, het besef moet worden bijgebracht dat ze verantwoordelijk zijn voor het milieu, en dat ze onderricht moeten worden in het door God aan de mens toevertrouwde rentmeesterschap over de schepping. Milieubescherming is niet alleen een technische kwestie, maar ook en vooral een ethische kwestie. Iedereen heeft de zedelijke plicht zorg te dragen voor het milieu, niet alleen voor eigen heil maar ook voor dat van de toekomstige generaties.

Tot slot van deze beschouwingen lijkt het nodig erop te wijzen dat, toen de synodevaders de christenen opriepen om zich in te zetten voor en te wijden aan het dienen van de menselijke ontwikkeling, zij uitgingen van de fundamentele waarden uit de traditie van bijbel en Kerk. Het oude Israël heeft hartstochtelijk de onverbrekelijke band benadrukt tussen de aan God gebrachte eredienst en de zorg voor de armen, die in de Schrift worden getypeerd als "de weduwe, de vreemdeling en de wees" (vgl. Ex 22,21-22; Dt 10,18; 27,19) voor wie in de toenmalige samenleving het gevaar van een onrechtvaardige behandeling het grootst was. Vele malen hebben we de profeten horen oproepen tot gerechtigheid, tot een rechtvaardige ordening van de menselijke samenleving, zonder welke geen ware eredienst jegens God mogelijk is (vgl. Js 1,10-17; Am 5,21-24). In de aansporingen van de synodevaders horen we dus een echo van de profeten die vervuld waren van de Geest van God die "barmhartigheid wil en geen brandoffers" (Hos 6,6). Jezus paste deze woorden op zichzelf toe (vgl. Mt 9,13) en zo deden ook de heiligen van alle tijden en van overal. Denken we maar aan de woorden van Johannes Chrysostomus: "Wil je het Lichaam van Christus eer bewijzen? Veracht Hem dan niet als Hij naakt is. Hier in de Kerk moet je Hem niet eren met zijden gewaden, terwijl je Hem buiten honger en koude laat lijden. Want Hij die zei: ‘Dit is mijn Lichaam’ … zei ook: ‘Je zag dat Ik honger had en je hebt Mij niet te eten gegeven’. … Wat voor zin heeft het dat de tafel van Christus beladen is met gouden vaatwerk terwijl Hij zelf sterft van honger? Geef eerst de hongerige overvloedig te eten en met wat ervan overblijft mag je zijn altaar opluisteren!" 203 In de oproep van de Synode tot ontwikkeling van de mens en gerechtigheid in de menselijke betrekkingen, horen we een oud en tegelijk nieuw stemgeluid. Oud, inzoverre het opklinkt vanuit de diepste christelijke traditie die gericht is op de door de Schepper gewilde nauwe harmonie onder mensen; nieuw, omdat het spreekt over de directe situatie van zeer veel mensen in het Azië van nu.

 

 




200. Vgl. Redemptor hominis, 15.



201. Vgl. t.a.p.



202. Vgl. Propositie 47.



203. Johannes Chrysostomus, Homilie over het evangelie van Mattheüs, 50, 3-4, in: pg 58, 508-509.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License