Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Ecclesia in Asia

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk V   Communio en dialoog voor de missie
    • 25
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

25. Zoals de bisschoppen van de Speciale Vergadering voor Azië rondom de opvolger van Petrus bijeen waren en samen werkten en baden, waren zij als het ware de belichaming van hoe de communio van de Kerk zou moeten zijn in heel de rijke verschei-denheid van de particuliere Kerken waaraan zij in liefde leiding geven. Mijn eigen aanwezigheid bij de algemene zittingen van de Synode was een goede gelegenheid om de vreugden en verwachtingen, de moeilijkheden en zorgen van de bisschoppen te delen, en tegelijk ook een intense, diep beleefde uitoefening van mijn ambt. Het universeel gezag van Petrus’ opvolger straalt juist het duidelijkst in het perspectief van de kerkelijke communio, niet op de eerste plaats als een gezag van rechtswege over de plaatselijke kerken, maar allereerst als een pastoraal primaat in dienst van de eenheid van geloof en leven van geheel het volk van God. In het diepe besef dat het "Petrusambt als unieke functie heeft de eenheid van de Kerk te waarborgen en te bevorderen"125 hebben de synodevaders hun erkentelijkheid uitgesproken voor de dienst die de Dicasteria van de Romeinse Curie en de diplomatieke dienst van de Heilige Stoel in een geest van communio en collegialiteit aan de plaatselijke Kerken bewijzen. 126 Een wezenlijk kenmerk van die dienst is het respect en de fijngevoeligheid die deze naaste medewerkers van Petrus’ opvolger betonen jegens de gewettigde verscheidenheid van de lokale Kerken en de waaier van culturen en volkeren waarmee zij in contact zijn.

Iedere particuliere Kerk moet gegrondvest zijn op het getuigenis van de kerkelijke communio waardoor zij zich Kerk mag weten. De synodevaders hebben het diocees willen beschrijven als een rond hun geestelijke herder verzamelde communio van gemeenschappen, waarin de priesters, de godgewijden en de leken verwikkeld zijn in een "dialoog van leven en van hart" die door de heilige Geest ondersteund wordt. 127 Het is op de eerste plaats in het diocees dat deze zienswijze van een communio van gemeenschappen werkelijkheid kan worden binnen de zo complexe situaties in Azië op politiek, maatschappelijk, godsdienstig, economisch en cultureel gebied. De kerkelijke communio houdt in dat iedere lokale Kerk een "participerende Kerk" wordt, zoals de synodevaders haar genoemd hebben, dat wil zeggen een Kerk waarin eenieder zijn eigen roeping beleeft en zijn specifieke taak vervult. Om de "gemeenschap voor de zending" en de "zending voor de gemeenschap" op te bouwen moet het eigen charisma van ieder lid erkend, ontwikkeld en efficiënt gebruikt worden. 128 Met name dienen de leken en de godgewijden door middel van inspraakstructuren zoals pastorale raden en parochievergaderingen, nauwer betrokken te worden bij het opstellen van pastorale plannen en bij het besluitvormingsproces. 129

In ieder diocees blijft de parochie de gebruikelijke plaats waar de gelovigen bijeen komen om in het geloof te groeien, het mysterie van de kerkelijke gemeenschap te beleven, en deel te nemen aan de zending van de Kerk. De synodevaders hebben daarom de geestelijke herders dringend gevraagd te zoeken naar nieuwe en doeltreffende wegen bij het geven van pastorale leiding aan de gelovigen, zodat eenieder, met name de armen, zich werkelijk mondig lid voelt van de parochie en van het gehele volk van God. De inbreng van de leken bij het opzetten van een pastoraal plan zou een normale praktijk moeten zijn in alle parochies. 130 De Synode heeft de jonge mensen omschreven als "degenen voor wie de parochie meer gelegenheden voor kameraadschap en onderling verband zou moeten bieden … door het organiseren van apostolische bezigheden van de jeugd en het opzetten van jeugdclubs".131 Niemand mag bij voorbaat op grond van maatschappelijke, economische, politieke en opvoedkundige redenen uitgesloten worden van de volledige deelname aan het leven en de zending van de parochie. Iedere leerling van Christus heeft iets te bieden aan de gemeenschap, en zo moet ook de gemeenschap zich bereid tonen om ieders gave in ontvangst te nemen en ervan gebruik te maken.

In samenhang hiermee en zich beroepend op hun pastorale ervaring hebben de synodevaders gewezen op de betekenis van de kerkelijke basisgemeenschappen als een effectieve manier om de onderlinge eenheid en deelname in parochies en diocesen te bevorderen, en als een echte kracht voor de evangelisatie. 132 Deze kleine groepen helpen de gelovigen om te leven als een gemeenschap van mensen die, zoals de eerste christenen, geloven, bidden en elkaar liefhebben (vgl. Hnd 2,44-47; 4,32-35). Ze willen hen ook het evangelie helpen beleven in een geest van hartelijke liefde en dienstbetoon; ze zijn dus een degelijk uitgangspunt voor de opbouw van een nieuwe samenleving die teken is van de beschaving der liefde. Mij aansluitend bij de Synode spoor ik de Kerk in Azië aan om overal waar dit mogelijk is, deze basisgemeenschappen als een positief element te beschouwen voor het evangelisatiewerk van de Kerk. Tegelijk zullen deze gemeenschappen alleen dan werkelijk hun doel bereiken als, zoals Paulus VI schreef, ze leven in eenheid met de particuliere Kerk en de universele Kerk, in verbondenheid van hart met de geestelijke herders van de Kerk en het Leergezag, ze een missionair doel voor ogen houden, en zich niet afzonderen of door een of andere ideologie laten gebruiken. 133 De aanwezigheid van deze kleine gemeenschappen maakt de gevestigde instellingen of structuren niet overbodig; deze blijven noodzakelijk voor de Kerk om haar opdracht te vervullen.

De Synode heeft ook erkend dat de vernieuwingsbewegingen kunnen bijdragen tot de opbouw van de onderlinge eenheid, tot inniger ervaring van God door geloof en sacramenten, en tot een ommekeer in het leven. 134 De geestelijke herders moeten deze groepen leiding geven, begeleiden en stimuleren zodat ze goed kunnen worden geïntegreerd in leven en zending van de parochie en van het diocees. Zij die betrokken zijn bij verenigingen en bewegingen dienen de plaatselijke Kerk te steunen en mogen zich niet opwerpen als alternatieven voor diocesane en parochiële structuren. De onderlinge eenheid wordt groter als de plaatselijke leiders van die bewegingen samenwerken met de geestelijke herders in een geest van liefde tot het heil van allen (vgl. 1 Kor 1,13).

De solidariteit onder de Kerken




125. Propositie 13; vgl. Lumen gentium, 22.



126. Vgl. Propositie 13.



127. Vgl. Propositie 15; Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over enkele aspecten van de Kerk als ‘communio’ Communionis notio (28 mei 1992), 3-10.



128. Vgl. Propositie 15.



129. Vgl. t.a.p.



130. Vgl. Propositie 16.



131. Propositie 34.



132. Vgl. Propositie 30; Redemptoris missio, 51.



133. Vgl. Evangelii nuntiandi, 58; Redemptoris missio, 51.



134. Vgl. Propositie 31.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License