Chapter, Verse
1 1, 4 | 4 En zeide: Gij moogt deze niet meer op de schouders
2 1, 10| 10 En als deze dingen naar behoren geschiedden,
3 1, 25| 25 En na al deze daden van Josia, is het
4 1, 32| vrouwen beklaagden hem tot op deze dag; en daar is een bevel
5 1, 33| 33 Deze dingen nu zijn beschreven
6 2, 5 | huis des Heren van Israël; deze is de Here, die te Jeruzalem
7 2, 11| tevoorschijn gebracht hebbende, gaf deze over aan Mithridates, zijn
8 2, 12| 12 En door deze werden zij overgeleverd
9 2, 13| 13 Het getal nu van deze was: duizend gouden drankofferschalen,
10 2, 15| 15 En deze zijn wedergebracht door
11 2, 16| andere plaatsen woonden, deze ondergeschreven brief:~
12 2, 19| 19 Indien dan deze stad opgebouwd wordt, en
13 2, 24| koning weten, dat indien deze stad weder gebouwd wordt,
14 2, 26| en daar is bevonden, dat deze stad van ouds af zich tegen
15 2, 28| heb ik bevolen, dat men deze mensen zal verhinderen hun
16 4, 46| dat ik van u begeer: en deze is de heerlijkheid, die
17 5, 35| 35 Deze allen dienden het heiligdom,
18 5, 58| hun zonen en broederen; al deze Levieten zetten het werk
19 5, 66| kwamen zij om te verstaan wat deze stem der bazuinen was.~
20 6, 3 | 3 In deze tijd kwam tot hen Sisinnes
21 6, 4 | bouwen, en dat dak, en al deze andere dingen te voltooien,
22 6, 10| 10 En dat deze werken met vlijt geschieden,
23 6, 11| 11 Toen vroegen wij deze oudsten, en zeiden: Wie
24 6, 11| bouwen, en de grond van deze werken te leggen?~
25 6, 18| in zijn tempel gezet had, deze nam Cyrus de koning weder
26 6, 23| een zekere plaats, waarin deze dingen geschreven waren;~
27 6, 29| landvoogd Zerubabel, voor deze mensen, tot een offerande
28 6, 34| Darius, heb goedgevonden, dat deze dingen vlijtig zullen nagekomen
29 8, 1 | 1 EN na deze, als Artaxerxes, de koning
30 8, 3 | 3 Deze Ezra trok henen uit Babylonië,
31 8, 31| 31 En deze zijn de oversten naar hun
32 8, 42| Adonikam, de laatsten, en deze zijn hun namen: Elifala,
33 8, 54| 54 En wij baden al deze dingen van de Here, en wij
34 8, 61| 61 En deze priesters en Levieten, die
35 8, 69| 69 En als deze dingen volbracht waren,
36 8, 71| volken des lands; en aan deze zonde zijn de oversten en
37 8, 73| daar ik treurig was over deze misdaad, en ik zat droevig
38 8, 77| zijn in grote zonde tot deze dag toe.~
39 8, 96| 96 Want u komt deze zaak toe, en wij zijn met
40 9, 14| van Theoran, dit volgens deze bepaling aan: en Mesullamas,
41 9, 16| tiende maand zaten zij om deze zaken te onderzoeken.~
42 9, 23| Josabad, en Semeïs, Kovis (deze is Kalitas) en Patheüs,
43 9, 36| 36 Deze allen hadden uitlandse vrouwen
44 9, 51| 51 Deze dag is de Here heilig; en
45 9, 53| 53 Want deze dag is heilig de Here, en
46 9, 54| het ganse volk, zeggende: Deze dag zelf is heilig, zijt
|