Chapter, Verse
1 1, 3 | de Here zouden heiligen, om de heilige ark des Heren
2 1, 11| 11 Om de Here te offeren, volgens
3 1, 18| 18 Om het Pascha te houden, en
4 1, 29| 29 Maar hij stelde zich om te strijden tegen hem in
5 1, 50| tot hen, door zijn boden om hen tot bekering te roepen,
6 2, 8 | wier geest God verwekte om op te trekken, en het huis
7 2, 23| oproerig hebben aangesteld; om welker oorzaken wil die
8 2, 29| boosheid niet verder ga, om de koningen moeite aan te
9 3, 6 | fijne zijde, en een keten om zijn hals;~
10 3, 23| hebben, gedenken zij niet om vriendelijk te zijn de vrienden
11 4, 6 | en de een dwingt de ander om de koning schatting toe
12 4, 26| zijn van hun zinnen beroofd om der vrouwen wil, en zijn
13 4, 26| der vrouwen wil, en zijn om harentwil tot slaven geworden.~
14 4, 27| geworden, en hebben gezondigd om der vrouwen wil.~
15 4, 47| allen die met hem opgingen om Jeruzalem te bouwen.~
16 4, 52| 52 En dat zij, om op het altaar, naar het
17 4, 53| Babylonië zouden opgaan om de stad te bouwen, vrijheid
18 4, 63| 63 Om op te trekken en Jeruzalem
19 5, 1 | 1 DAARNA werden verkoren om op te trekken de oversten
20 5, 2 | met hen duizend ruiters, om hen in vrede te geleiden
21 5, 49| altaar van de God Israëls, om daarop brandofferen te offeren,
22 5, 55| Libanon zouden toebrengen, om vlotten over te voeren naar
23 5, 66| dat hoorden, zo kwamen zij om te verstaan wat deze stem
24 6, 33| zijn hand zal uitsteken, om te verhinderen of te beschadigen
25 7, 15| Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen te sterken in
26 8, 8 | waren, en van de geboden om gans Israël al de rechten
27 8, 51| jongelingen voor de Here: om van hem te verzoeken een
28 8, 61| tot zich genomen hadden, om te Jeruzalem te leveren
29 8, 78| 78 En om onzer zonde wil, en om de
30 8, 78| En om onzer zonde wil, en om de zonden onzer vaderen.
31 8, 79| genade geschied van de Here, om ons een wortel over te laten,
32 8, 80| 80 En om ons een licht te ontdekken
33 8, 80| des Heren onzes Gods, en om ons spijs te geven in de
34 8, 81| de koningen der Perzen, om ons spijs te geven.~
35 8, 82| 82 En om de tempel onzes Heren te
36 8, 82| verwoeste Sion op te richten, en om ons een vastigheid te geven
37 8, 84| Het land waarin gij komt om dat tot een erve te hebben,
38 8, 88| weder achterwaarts gekeerd, om uw wet te overtreden, zodat
39 8, 91| misdaden: want wij kunnen om dezer wil niet langer voor
40 8, 96| zaak toe, en wij zijn met u om de kracht daarbij te doen.~
41 9, 7 | vrouwen ten huwelijk genomen, om zonden op Israël te leggen.~
42 9, 16| der tiende maand zaten zij om deze zaken te onderzoeken.~
43 9, 40| en voor al de priesters om de wet te horen, op de nieuwe
44 9, 55| En zij gingen allen heen, om te eten, en te drinken,
45 9, 55| en vrolijk te zijn, en om geschenken te geven aan
|