Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hem 77
hemel 7
hemels 3
hen 42
henen 3
henzelf 1
herbouwd 1
Frequency    [«  »]
47 was
46 deze
45 om
42 hen
41 hebben
40 huis
40 ik

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

hen

   Chapter, Verse
1 1, 16| Levieten, bereidden het voor hen.~ 2 1, 24| de vorige tijden, vanwege hen, die gezondigd hebben, en 3 1, 50| hunner vaderen zond tot hen, door zijn boden om hen 4 1, 50| hen, door zijn boden om hen tot bekering te roepen, 5 1, 50| bekering te roepen, opdat hij hen zou verschonen, en zijn 6 1, 51| op de dag dat de Here tot hen sprak, belachten zij zijn 7 1, 52| koningen der Chaldeeën tegen hen deed optrekken.~ 8 1, 54| 54 Maar hij gaf hen allen in hun handen, en 9 2, 9 | 9 En die rondom hen waren, hielpen hen met allerlei 10 2, 9 | rondom hen waren, hielpen hen met allerlei dingen, met 11 2, 16| en de overigen die met hen verordineerd waren, en te 12 2, 25| aan de anderen, die met hen verordineerd waren, en in 13 2, 30| de schrijver en die met hen verordineerd waren tezamen, 14 3, 15| het geschrift werd voor hen gelezen en hij zeide:~ 15 3, 16| binnen, en zij zeiden tot hen:~ 16 4, 15| Wie is dan degene die over hen heerst, of die hen regeert? 17 4, 15| over hen heerst, of die hen regeert? zijn het niet de 18 4, 37| zijn onrecht; en daar is in hen geen waarheid, en in hun 19 4, 50| dat zij bewoonden, voor hen zonder schatting zou zijn: 20 5, 2 | 2 En Darius zond met hen duizend ruiters, om hen 21 5, 2 | hen duizend ruiters, om hen in vrede te geleiden naar 22 5, 3 | broederen speelden) en deden hen zo gezamenlijk met die optrekken.~ 23 5, 40| Nehemia en Attaria zeiden tot hen, dat zij geen deel zouden 24 5, 50| volken des lands zich tegen hen vergaderden, omdat zij in 25 5, 50| omdat zij in vijandschap met hen waren.~ 26 5, 68| geslachten, en zeiden tot hen, laat ons met u bouwen.~ 27 5, 70| 70 Toen zeiden tot hen Zerubabel, en Jozua en de 28 5, 73| die in Judea woonden, en hen bezettende, verhinderden 29 6, 2 | de profeten des Heren bij hen waren, en hen hielpen.~ 30 6, 2 | Heren bij hen waren, en hen hielpen.~ 31 6, 3 | 3 In deze tijd kwam tot hen Sisinnes de ondervoogd van 32 6, 3 | metgezellen, en zeiden tot hen:~ 33 6, 15| hadden verbitterd, zo gaf hij hen over in de handen van Nabuchodonosor, 34 7, 15| koning der Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen 35 8, 20| koning, heb bevolen aan hen, die over de schatten van 36 8, 42| Gevel, en Jamaja, en met hen zeventig mannen; uit de 37 8, 43| 43 En ik verzamelde hen aan de rivier genoemd Thera, 38 8, 86| tijd vrede te hebben met hen, opdat gij machtig wordt 39 9, 7 | Ezra stond op, en zeide tot hen: Gijlieden hebt onrecht 40 9, 15| gevangenis waren, volgden hen hierin na.~ 41 9, 52| en zendt geschenken aan hen, die niet hebben.~ 42 9, 55| geschenken te geven aan hen die niet hadden, en zich


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License