Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
haven 1
heb 11
hebbe 2
hebben 41
hebbende 4
hebt 15
heeft 26
Frequency    [«  »]
46 deze
45 om
42 hen
41 hebben
40 huis
40 ik
38 priesters

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

hebben

   Chapter, Verse
1 1, 24| vanwege hen, die gezondigd hebben, en goddeloosheid bedreven 2 1, 24| en goddeloosheid bedreven hebben tegen de Here, meer dan 3 1, 24| koninkrijk, en die hem bedroefd hebben; en de woorden des Heren 4 2, 23| altijd afvallig en oproerig hebben aangesteld; om welker oorzaken 5 2, 24| gij geen toegang meer zult hebben in Celo-Syrië en Fenicië.~ 6 2, 27| oorlogen daarin gevoerd hebben, en dat te Jeruzalem machtige 7 2, 27| machtige en strenge koningen hebben geregeerd, welke ook schattingen 8 2, 27| Celo-Syrië en Fenicië opgelegd hebben.~ 9 3, 23| 23 Als zij wijn gedronken hebben, gedenken zij niet om vriendelijk 10 3, 24| zij niet wat zij gedaan hebben.~ 11 4, 5 | koning: wat zij geroofd hebben en alle andere dingen.~ 12 4, 6 | bouwen, wanneer ze gezaaid hebben, en nu maaien, zo brengen 13 4, 11| drinkt hij, slaapt hij, zo hebben zij de wacht ringswijze 14 4, 15| niet de vrouwen? De vrouwen hebben de koning ter wereld gebracht, 15 4, 16| 16 En zij hebben zelfs degenen opgevoed, 16 4, 18| allerlei fraaie zaken verzameld hebben, en een vrouw zien die schoon 17 4, 19| aanschouwen zij haar; en hebben meer begeerte tot haar, 18 4, 27| zijn verworgd geworden, en hebben gezondigd om der vrouwen 19 4, 39| onrecht en boos is, en allen hebben zij een welbehagen in haar 20 4, 45| welke de Idumeeërs verbrand hebben, toen Judea door de Chaldeeën 21 4, 53| bouwen, vrijheid zouden hebben, beide zij en hun nakomelingen, 22 5, 40| dat zij geen deel zouden hebben aan de geheiligde dingen, 23 6, 8 | stad Jeruzalem, bevonden hebben, dat de oudsten der Joden, 24 6, 12| 12 En wij hebben hun dit gevraagd, opdat 25 6, 12| hierover gesteld zijn; en wij hebben hun ook schriftelijk afgeëist 26 6, 13| 13 Maar zij hebben ons geantwoord en gezegd: 27 6, 16| huis afgebroken en verbrand hebben en hebben het volk gevankelijk 28 6, 16| afgebroken en verbrand hebben en hebben het volk gevankelijk naar 29 8, 14| vrienden voor Jeruzalem beloofd hebben; en al het goud en zilver, 30 8, 69| priesters, en de Levieten hebben zich niet afgezonderd van 31 8, 71| 71 Want zij hebben zich ten huwelijk gevoegd 32 8, 83| wij zeggen, dewijl wij dit hebben? want wij hebben uw geboden 33 8, 83| wij dit hebben? want wij hebben uw geboden overtreden, die 34 8, 84| komt om dat tot een erve te hebben, is een land, dat door de 35 8, 84| lands bezoedeld is, want zij hebben dat met hun onreinheid vervuld.~ 36 8, 86| te eniger tijd vrede te hebben met hen, opdat gij machtig 37 8, 93| riep en zeide: Ezra, wij hebben gezondigd tegen de Here, 38 8, 93| gezondigd tegen de Here, wij hebben vreemde vrouwen ten huwelijk 39 9, 11| één dag of twee; want wij hebben hierin veel gezondigd.~ 40 9, 12| inwoners uitlandse vrouwen hebben;~ 41 9, 52| geschenken aan hen, die niet hebben.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License