Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
houten 1
houtwerk 1
huidige 2
huis 40
huisgenoten 1
huisvrouw 1
huize 1
Frequency    [«  »]
45 om
42 hen
41 hebben
40 huis
40 ik
38 priesters
37 gij

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

huis

   Chapter, Verse
1 1, 3 | des Heren te zetten in het huis, dat de koning Salomo de 2 1, 55| 55 En verbrandden het huis des Heren, en braken de 3 2, 4 | bevolen, dat ik hem een huis zou bouwen te Jeruzalem, 4 2, 5 | Jeruzalem in Judea, en bouwe het huis des Heren van Israël; deze 5 2, 8 | om op te trekken, en het huis des Heren te Jeruzalem te 6 3, 3 | keerden zij weder naar huis. Doch Darius, de koning, 7 4, 55| tot de dag toe dat het huis Gods zou voleindigd, en 8 5, 44| Jeruzalem kwamen, beloofden het huis Gods op te richten in zijn 9 5, 57| legden het fundament van het huis Gods in de nieuwe maan van 10 5, 58| de werken maakten in het huis des Heren.~ 11 5, 62| over de oprichting van het huis des Heren.~ 12 5, 63| die ouder waren, en het huis, dat voor dezen was, gezien 13 5, 64| Kwamen tot het gebouw van dit huis met schreien en met groot 14 5, 71| en u niet toe tezamen het huis te bouwen voor de Here onze 15 6, 2 | begonnen weder te bouwen het huis des Heren, dat te Jeruzalem 16 6, 4 | Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen, en dat dak, en 17 6, 9 | waren een nieuw en groot huis voor de Here met gehouwen 18 6, 11| Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen, en de grond van 19 6, 14| 14 En dit huis is van over zeer vele jaren 20 6, 16| 16 Welke dit huis afgebroken en verbrand hebben 21 6, 17| geschreven, dat men dit huis weder zou bouwen.~ 22 6, 18| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis Gods dat te Jeruzalem was, 23 6, 20| hij de fundamenten van het huis des Heren te Jeruzalem, 24 6, 22| wordt, dat de opbouw van het huis des Heren te Jeruzalem met 25 6, 24| koning Cyrus, dat men het huis des Heren te Jeruzalem zou 26 6, 25| onkosten zou geven uit het huis Cyrus de koning.~ 27 6, 26| de heilige vaten van het huis des Heren, beide gouden 28 6, 26| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis des Heren dat te Jeruzalem 29 6, 26| men weder brengen in het huis des Heren te Jeruzalem, 30 6, 27| de oudsten der Joden, dit huis des Heren zouden laten bouwen, 31 6, 28| hulp bewijze, totdat het huis des Heren voltooid is.~ 32 6, 32| zal nemen van zijn eigen huis en hem daaraan zal hangen, 33 6, 33| verhinderen of te beschadigen dit huis des Heren te Jeruzalem.~ 34 7, 5 | 5 Zo werd het heilige huis voltooid tot op de drieëntwintigste 35 8, 28| gegeven, opdat hij zijn huis, dat te Jeruzalem is, verheerlijken 36 8, 47| het priesterschap in het huis onzes Gods mochten bedienen.~ 37 8, 56| de heilige vaten van het huis onzes Heren, welke de koning, 38 8, 60| Jeruzalem, in de cellen van het huis onzes Gods.~ 39 8, 63| goud overgeleverd in het huis des Heren, aan Marmoth, 40 8, 80| licht te ontdekken in het huis des Heren onzes Gods, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License