Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
leverden 1
leveren 1
levi 1
levieten 36
levis 1
lezen 1
libanon 3
Frequency    [«  »]
38 priesters
37 gij
37 wij
36 levieten
34 nu
34 ons
33 israëls

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

levieten

   Chapter, Verse
1 1, 3 | 3 En hij zeide tot de Levieten, die het heilige in Israël 2 1, 5 | oversten uwer vaderen, de Levieten, die voor uw broederen de 3 1, 8 | en aan de priesters en de Levieten gegeven.~ 4 1, 9 | overste over duizend, gaven de Levieten, voor het Pascha vijfduizend 5 1, 10| stonden de priesters en Levieten, hebbende de ongehevelde 6 1, 14| totdat de tijd verliep; en de Levieten bereidden het voor zichzelf, 7 1, 16| aftreden. Want hun broeders, de Levieten, bereidden het voor hen.~ 8 1, 21| heeft, en de priesters en de Levieten, en de Joden en geheel Israël, 9 2, 8 | Benjamin, en de priesters en Levieten, en al degenen, wier geest 10 4, 55| hij schreef, dat men de Levieten onderhoud zou geven, tot 11 5, 26| 26 De Levieten: de kinderen Jozut en Kadoëli 12 5, 46| 46 En de priesters en Levieten, en die van dit volk waren, 13 5, 56| broederen, en de priesters, de Levieten, en allen die uit de gevangenis 14 5, 58| 58 En stelden de Levieten, die boven de twintig jaren 15 5, 58| zonen en broederen; al deze Levieten zetten het werk eendrachtig 16 5, 59| snarenspel en bazuinen; en de Levieten, de kinderen van Asaf, met 17 5, 63| enigen uit de priesters en Levieten, en oversten naar hun geslachten, 18 7, 6 | Israëls, en de priesters en de Levieten, en de anderen die uit de 19 7, 9 | 9 En de priesters en de Levieten stonden naar de geslachten, 20 7, 10| maand, als de priesters en Levieten geheiligd waren.~ 21 7, 11| tezamen geheiligd, maar de Levieten waren tezamen geheiligd.~ 22 8, 5 | en uit de priesters en Levieten, en uit de heilige zangers 23 8, 11| en de priesters, en de Levieten in ons koninkrijk zijnde, 24 8, 24| dat geen priesters, noch Levieten, noch heilige zangers, noch 25 8, 44| uit de priesters en uit de Levieten niemand daar vindende,~ 26 8, 50| hadden tot het werk der Levieten, tweehonderdentwintig dienaars 27 8, 60| oversten der priesters en Levieten, en aan de oversten der 28 8, 61| 61 En deze priesters en Levieten, die dit zilver, en goud, 29 8, 64| de zoon van Laban: en de Levieten leverden het alles over 30 8, 69| en de priesters, en de Levieten hebben zich niet afgezonderd 31 8, 97| oversten der priesters en Levieten van gans Israël, dat zij 32 9, 23| 23 En van de Levieten: Josabad, en Semeïs, Kovis ( 33 9, 37| 37 En de priesters, en de Levieten, en die anderen uit Israël 34 9, 48| Jozabdus, en Ananias, de Levieten, leerden de wet des Heren.~ 35 9, 50| en leermeester, en tot de Levieten die het volk boven allen 36 9, 54| 54 En de Levieten bevalen het ganse volk,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License