Chapter, Verse
1 1, 4 | de schouders dragen. En nu: dient de Here uw God, en
2 1, 27| krijg is op de Eufraat; en nu, de Here is bij mij, en
3 1, 33| 33 Deze dingen nu zijn beschreven in het boek
4 1, 33| hem gedaan was, en hetgeen nu geschied is, wordt verhaald
5 1, 39| 39 Jojakim nu was vijfentwintig jaren
6 1, 40| 40 Tegen hem nu toog op Nabuchodonosor,
7 1, 42| 42 Het verhaal nu van hem, en van zijn onreinheid
8 2, 13| 13 Het getal nu van deze was: duizend gouden
9 2, 18| 18 Het zij nu de Heer koning bekend gemaakt,
10 2, 24| 24 Zo doen wij nu u Heer koning weten, dat
11 2, 28| 28 Nu dan, zo heb ik bevolen,
12 2, 30| 30 Toen nu hetgeen van de koning Artaxerxes
13 4, 3 | 3 De koning nu overtreft en overheerst
14 4, 6 | wanneer ze gezaaid hebben, en nu maaien, zo brengen zij de
15 4, 28| 28 En nu, gelooft gij mij niet? Is
16 4, 46| 46 En nu dit is wat ik van u verzoek,
17 5, 4 | 4 Dit nu zijn de namen der mannen
18 5, 7 | 7 Dezen nu zijn het die uit Judea zijn
19 5, 9 | 9 Het getal nu dergenen, die van het volk
20 5, 41| 41 Al de Israëlieten nu waren van twaalf jaren en
21 5, 44| van hun familiën, als zij nu in de tempel Gods te Jeruzalem
22 5, 47| 47 En toen nu de zevende maand kwam, en
23 6, 1 | 1 IN het tweede jaar nu van het koninkrijk van Darius
24 6, 6 | 6 Het afschrift nu des briefs, die hij aan
25 6, 20| 20 Toen nu Sabanasser daar gekomen
26 6, 20| en van die tijd af tot nu toe werd het gebouwd, en
27 6, 21| 21 Nu dan, indien het u goeddunkt
28 8, 79| 79 En nu is ons een weinig genade
29 8, 83| 83 En nu, Here, wat zullen wij zeggen,
30 8, 85| 85 En nu zult gij uw dochteren niet
31 8, 91| 91 Zie, wij zijn nu voor u in onze misdaden:
32 8, 94| 94 En nu, gans Israël is in twijfel,
33 9, 8 | 8 Maar nu, bekent het, en geeft heerlijkheid
34 9, 48| 48 Jozua nu, en Anniuth, en Sarabias,
|