Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ismaër 1
israël 23
israëlieten 2
israëls 33
istaleumi 1
ithamar 1
ja 3
Frequency    [«  »]
36 levieten
34 nu
34 ons
33 israëls
32 over
32 u
31 als

Het derde boek Ezra

IntraText - Concordances

israëls

   Chapter, Verse
1 1, 5 | voorschrift Davids; de koning Israëls, en naar de heerlijke instelling 2 1, 5 | uw broederen de kinderen Israëls dienen.~ 3 1, 19| 19 En de kinderen Israëls, die daar op die tijd gevonden 4 1, 21| 21 En geen koning Israëls heeft zodanig Pascha gehouden, 5 1, 32| door geheel het geslacht Israëls.~ 6 2, 3 | koning der Perzen: De Here Israëls, de allerhoogste Here, heeft 7 5, 47| maand kwam, en de kinderen Israëls elk in hun woning waren, 8 5, 49| bereidden het altaar van de God Israëls, om daarop brandofferen 9 5, 67| bouwden voor de Here de God Israëls.~ 10 5, 70| der vaderlijke geslachten Israëls:~ 11 5, 72| zullen alleen voor de Here Israëls bouwen, volgens hetgeen 12 6, 1 | waren, in de naam van de God Israëls.~ 13 6, 14| groot en machtig koning Israëls, en is voltooid.~ 14 6, 15| onze vaders tegen de Here Israëls, die in de hemel is, hadden 15 7, 6 | 6 En de kinderen Israëls, en de priesters en de Levieten, 16 7, 8 | zonden des gansen volks Israëls twaalf bokken, naar het 17 7, 8 | van de twaalf geslachten Israëls,~ 18 7, 9 | werken des Heren, de God Israëls, volgens het boek van Mozes: 19 7, 10| 10 En de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren, 20 7, 11| 11 Doch al de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren 21 7, 13| 13 En de kinderen Israëls, die uit de gevangenis waren, 22 7, 15| werken des Heren, de God Israëls.~ 23 8, 3 | Mozes, die door de Gods Israëls was gegeven.~ 24 8, 5 | sommigen op, uit de kinderen Israëls, en uit de priesters en 25 8, 14| 14 En zij de Here Israëls gaven toebrengen, die ik 26 8, 60| oversten der vaderlijke huizen Israëls te Jeruzalem, in de cellen 27 8, 66| offeranden de Here de God Israëls, twaalf stieren, voor het 28 8, 69| mij, en zeiden: Het volk Israëls, en de oversten, en de priesters, 29 8, 73| woord des Heren, de God Israëls, daar ik treurig was over 30 8, 90| 90 Here Israëls, gij zijt waarachtig; wij 31 8, 93| van Jeëli, uit de kinderen Israëls riep en zeide: Ezra, wij 32 9, 37| zevende maand, en de kinderen Israëls waren in hun woonplaatsen.~ 33 9, 39| die door de Here, de God Israëls was gegeven.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License