Chapter, Verse
1 1, 3 | tot de Levieten, die het heilige in Israël bedienden, dat
2 1, 3 | Here zouden heiligen, om de heilige ark des Heren te zetten
3 1, 15| 15 En de heilige Zangers, de kinderen Asafs,
4 1, 41| Nabuchodonosor nam van de heilige vaten des Heren, en bracht
5 1, 45| Babylon, tezamen met de heilige vaten des Heren;~
6 1, 53| zelfs in de omgang van hun heilige tempel, en spaarden noch
7 1, 54| in hun handen, en al de heilige vaten des Heren groot en
8 2, 10| Cyrus bracht tevoorschijn de heilige vaten des Heren, die Nabuchodonosor
9 5, 27| 27 De heilige zangers: de kinderen van
10 5, 45| 45 En te geven tot de heilige schatkist der werken, duizend
11 5, 46| Jeruzalem, en in het land, en de heilige zangers, en deurwachters,
12 6, 18| 18 En de heilige gouden en zilveren vaten,
13 6, 26| 26 En de heilige vaten van het huis des Heren,
14 7, 2 | hielden vlijtig de hand aan de heilige werken: en waren de oudsten
15 7, 3 | 3 En de heilige werken gingen gelukkig voort,
16 7, 5 | 5 Zo werd het heilige huis voltooid tot op de
17 8, 5 | priesters en Levieten, en uit de heilige zangers en deurwachters,
18 8, 18| 18 En de heilige vaten des Heren, die u gegeven
19 8, 24| priesters, noch Levieten, noch heilige zangers, noch deurwachters,
20 8, 56| zilver en het goud, en de heilige vaten van het huis onzes
21 8, 71| namelijk en hun zonen; en het heilige zaad is vermengd geworden
22 8, 72| ik mijn klederen, en mijn heilige rok; en ik plukte mijn haren
23 8, 74| klederen verscheurd, en de heilige rok; en ik knielde neder,
24 9, 24| 24 Van de heilige zangers: Eliaseb, en Bacchu.~
25 9, 38| plaats, welke is voor de heilige poort tegen het oosten.~
26 9, 41| de grote plaats voor de heilige poort, van de morgenstond
|