Chapter, Verse
1 1, 6 | des Heren, dat hij Mozes heeft gegeven.~
2 1, 21| 21 En geen koning Israëls heeft zodanig Pascha gehouden,
3 1, 21| gehouden, als Josia gehouden heeft, en de priesters en de Levieten,
4 2, 3 | Israëls, de allerhoogste Here, heeft mij tot koning gemaakt over
5 2, 4 | 4 En heeft mij bevolen, dat ik hem
6 2, 20| hetgeen de tempel aangaat, zo heeft ons goed gedacht, niet te
7 2, 22| steden moeite veroorzaakt heeft;~
8 2, 26| af zich tegen de koningen heeft gesteld;~
9 4, 20| vader, die hem opgevoed heeft, en zijn eigen land, en
10 4, 24| en geroofd, en gestroopt heeft, zo brengt hij dat tot zijn
11 4, 25| 25 En een man heeft zijn eigen vrouw liever
12 4, 44| welke Cyrus afgezonderd heeft, toen hij beloofde Babylon
13 5, 69| Assyrië af, die ons hier heeft overgebracht.~
14 5, 72| de koning der Perzen ons heeft bevolen.~
15 6, 4 | 4 Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen,
16 6, 6 | briefs, die hij aan Darius heeft geschreven en gezonden,
17 6, 11| oudsten, en zeiden: Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen,
18 6, 13| die de hemel en de aarde heeft geschapen,~
19 6, 17| van Babylonië regeerde, heeft de koning Cyrus geschreven,
20 6, 20| toe werd het gebouwd, en heeft nog zijn voltooiing niet
21 6, 23| 23 Toen heeft de koning Darius bevolen,
22 8, 12| vrienden mijn raadsheren heeft goedgedacht:~
23 8, 28| in het hart des konings heeft gegeven, opdat hij zijn
24 8, 29| 29 En die mij heeft geëerd gemaakt voor de koning
25 8, 63| 63 En hij heeft ons verlost van de ingang
26 8, 81| Here onze God, maar hij heeft ons in genade gesteld voor
|