Chapter, Verse
1 1, 3 | Salomo de zoon Davids gebouwd had;~
2 1, 15| hetgeen David verordineerd had, daartoe Asaf, en Zacharia,
3 1, 48| hoewel hij een eed gedaan had aan de koning Nabuchodonosor,
4 1, 58| Sabbatten een welbehagen had, en al de tijd van zijn
5 1, 58| zijn verwoesting gerust had, totdat zeventig jaren vervuld
6 2, 1 | mond van Jeremia gesproken had;~
7 2, 10| zijn afgoden-tempel gezet had.~
8 3, 18| sterkte des wijns gesproken had, en zeide aldus:~
9 3, 25| stil, als hij zo gesproken had.~ ~
10 4, 1 | tweede te spreken, die gezegd had van de sterkte des konings,
11 4, 13| vrouwen en van de waarheid had gezegd, namelijk Zerubabel,
12 4, 57| uit Babylonië afgezonderd had, en al hetgeen Cyrus bevolen
13 4, 57| al hetgeen Cyrus bevolen had te doen, dat beval hij ook
14 4, 62| verkwikking en verlossing gegeven had.~
15 5, 6 | wijze redenen gesproken had, in het tweede jaar zijns
16 5, 7 | in Babylonië weggevoerd had.~
17 6, 18| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis Gods dat te
18 6, 18| hij in zijn tempel gezet had, deze nam Cyrus de koning
19 6, 26| Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis des Heren dat
20 6, 26| en naar Babylon gebracht had, die zou men weder brengen
21 7, 15| koning der Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen te
22 8, 4 | 4 En de koning had hem heerlijkheid gegeven,
23 8, 8 | 8 Want Ezra had grote wetenschap bekomen,
24 8, 57| 57 En als ik het gewogen had, heb ik hun overgegeven
|