Chapter, Verse
1 1, 7 | Josia schonk het volk, dat daar bevonden werd, dertigduizend
2 1, 19| de kinderen Israëls, die daar op die tijd gevonden werden,
3 1, 20| 20 En daar is zodanig Pascha niet gehouden
4 1, 32| hem tot op deze dag; en daar is een bevel uitgegeven,
5 2, 26| bevolen onderzoek te doen, en daar is bevonden, dat deze stad
6 2, 31| En begonnen degenen, die daar bouwden, te verhinderen.
7 4, 6 | schatting toe te brengen, daar die maar één alleen is.~
8 4, 37| werken zijn onrecht; en daar is in hen geen waarheid,
9 4, 42| wij zullen het u geven, daar gij wijzer bevonden zijt
10 6, 15| 15 En daar onze vaders tegen de Here
11 6, 20| 20 Toen nu Sabanasser daar gekomen was, legde hij de
12 6, 23| die te Babylon zijn; en daar is bevonden, te Ekbatana
13 6, 26| des Heren te Jeruzalem, daar zij gesteld waren geweest,
14 6, 26| waren geweest, opdat ze daar weder gesteld mochten worden.~
15 6, 33| ook, de Here, wiens naam daar aangeroepen wordt, doe teniet
16 8, 11| 11 Daar ik voorgenomen heb goedertierenheid
17 8, 43| genoemd Thera, en wij sloegen daar ons leger drie dagen lang
18 8, 44| uit de Levieten niemand daar vindende,~
19 8, 46| Loddeus de overste, die daar was in de plaats der schatkamer,~
20 8, 51| 51 En ik beval daar een vasten aan de jongelingen
21 8, 63| te Jeruzalem, en als wij daar drie dagen geweest waren,
22 8, 73| des Heren, de God Israëls, daar ik treurig was over deze
23 9, 2 | 2 En bleef daar, en at geen brood en dronk
24 9, 3 | 3 En daar werd een aankondiging gedaan
|