Chapter, Verse
1 1, 3 | dat zij zichzelf de Here zouden heiligen, om de heilige
2 4, 47| en vorsten, dat zij hem zouden geleide doen, en allen die
3 4, 48| brieven, dat zij cederhout zouden overbrengen van de berg
4 4, 48| dat zij de stad met hem zouden bouwen.~
5 4, 50| Idumeeërs de vlekken der Joden zouden verlaten, die zij ingenomen
6 4, 51| jaarlijks twintig talenten zouden geven, totdat die zou voltooid
7 4, 52| andere talenten jaarlijks zouden opbrengen.~
8 4, 53| degenen, die van Babylonië zouden opgaan om de stad te bouwen,
9 4, 53| stad te bouwen, vrijheid zouden hebben, beide zij en hun
10 4, 53| al de priesters die mede zouden opgaan.~
11 5, 40| tot hen, dat zij geen deel zouden hebben aan de geheiligde
12 5, 55| cederhout van de berg Libanon zouden toebrengen, om vlotten over
13 6, 12| gevraagd, opdat wij het u zouden bekend maken, en u mogen
14 6, 27| zij zich van die plaats zouden onthouden; en dat zij de
15 6, 27| Joden, dit huis des Heren zouden laten bouwen, op zijn plaats.~
16 8, 30| Israël, opdat zij met mij zouden optrekken.~
17 8, 46| En ik zeide hun, dat zij zouden komen tot Loddeus de overste,
18 8, 47| schatbewaarders in die plaats zouden aanzeggen, dat zij ons enigen
19 8, 47| aanzeggen, dat zij ons enigen zouden toezenden, die het priesterschap
20 8, 97| Israël, dat zij hiernaar doen zouden, en zij zwoeren.~
21 9, 3 | binnen Jeruzalem bijeen zouden komen,~
22 9, 4 | twee of drie dagen niet zouden komen, naar het oordeel
23 9, 4 | verbannen worden, en zij zelf zouden afgescheiden worden van
|