Chapter, Verse
1 1, 33| van zijn wetenschap in de wet des Heren. En hetgeen tevoren
2 5, 52| loofhutten, gelijk in de wet bevolen was, en offerden
3 8, 3 | verstandig zijnde in de wet van Mozes, die door de Gods
4 8, 8 | naliet der dingen die van de wet des Heren waren, en van
5 8, 9 | priester en leermeester van de wet des Heren, waarvan het afschrift
6 8, 10| priester en leermeester van de wet des Heren, voorspoed.~
7 8, 13| doen volgens hetgeen in de wet des Heren vervat is.~
8 8, 21| priester en leermeester, van de wet des hoogsten Gods zal aanschrijven,
9 8, 23| zorgvuldig volbracht naar de wet Gods, voor de hoogste God;
10 8, 26| Fenicië, al degenen die de wet uws Gods verstaan, leer
11 8, 27| 27 En al die de wet uws Gods en des konings
12 8, 88| achterwaarts gekeerd, om uw wet te overtreden, zodat wij
13 8, 95| goeddunken, en al degenen die de wet des Heren gehoorzaam zijn;
14 9, 39| priester en leermeester der wet, dat hij de wet Mozes zou
15 9, 39| leermeester der wet, dat hij de wet Mozes zou halen, die door
16 9, 40| overste priester, bracht de wet voor de ganse menigte, zo
17 9, 40| voor al de priesters om de wet te horen, op de nieuwe maan
18 9, 41| keerde hun zinnen tot de wet.~
19 9, 42| priester en leermeester der wet, stond op een houten verheven
20 9, 46| 46 En als hij de wet uitlegde, zo stonden zij
21 9, 48| de Levieten, leerden de wet des Heren.~
22 9, 49| 49 En zij lazen de wet des Heren voor de menigte,
23 9, 51| weenden allen, als zij de wet hoorden.~
|