1-500 | 501-1000 | 1001-1019
Chapter, Verse
1001 9, 48| en Sarabias, en Jadin, en Jakobus, Sabateas, Anteüs,
1002 9, 48| Sabateas, Anteüs, Majannus, en Kalitas, Azarias en Jozabdus,
1003 9, 48| Majannus, en Kalitas, Azarias en Jozabdus, en Ananias, de
1004 9, 48| Kalitas, Azarias en Jozabdus, en Ananias, de Levieten, leerden
1005 9, 49| 49 En zij lazen de wet des Heren
1006 9, 50| 50 En Attaratas zeide tot Ezra
1007 9, 50| Ezra de overste priester en leermeester, en tot de Levieten
1008 9, 50| priester en leermeester, en tot de Levieten die het
1009 9, 51| Deze dag is de Here heilig; en zij weenden allen, als zij
1010 9, 52| dan henen, eet het vette en drinkt het zoete, en zendt
1011 9, 52| vette en drinkt het zoete, en zendt geschenken aan hen,
1012 9, 53| deze dag is heilig de Here, en zijt niet droevig, want
1013 9, 54| 54 En de Levieten bevalen het
1014 9, 55| 55 En zij gingen allen heen, om
1015 9, 55| allen heen, om te eten, en te drinken, en vrolijk te
1016 9, 55| te eten, en te drinken, en vrolijk te zijn, en om geschenken
1017 9, 55| drinken, en vrolijk te zijn, en om geschenken te geven aan
1018 9, 55| aan hen die niet hadden, en zich grotelijks te vervrolijken;~
1019 9, 56| woord, dat hun geleerd was, en waartoe zij vergaderd waren.~ ~
|