Chapter, Verse
1 1, 3 | Levieten, die het heilige in Israël bedienden, dat zij zichzelf
2 1, 4 | uw God, en hebt acht op Israël zijn volk, en bereidt alles
3 1, 20| Pascha niet gehouden in Israël, van de tijden van de profeet
4 1, 21| Levieten, en de Joden en geheel Israël, hetwelk bevonden was in
5 1, 24| Heren zijn opgestaan tegen Israël.~
6 1, 33| boek van de koningen van Israël en Juda.~
7 1, 35| 35 En hij was koning in Israël en Jeruzalem drie maanden.
8 1, 48| des Heren, des Gods van Israël.~
9 2, 5 | bouwe het huis des Heren van Israël; deze is de Here, die te
10 5, 37| niet verhalen, hoe zij uit Israël waren. De kinderen van Dalan,
11 5, 46| deurwachters, en geheel Israël, in hun vlekken.~
12 5, 60| van David, de koning van Israël.~
13 5, 61| eeuwigheid, over geheel Israël.~
14 7, 4 | bevel des Heren de God van Israël, en met goedvinden van Cyrus,
15 8, 8 | en van de geboden om gans Israël al de rechten en gerichten
16 8, 30| en vergaderde mannen uit Israël, opdat zij met mij zouden
17 8, 48| zoon van Levi, de zoon van Israël, namelijk Asebebia en zijn
18 8, 56| de groten, en het ganse Israël gegeven hadden.~
19 8, 66| stieren, voor het ganse Israël,~
20 8, 94| 94 En nu, gans Israël is in twijfel, maar laat
21 8, 97| priesters en Levieten van gans Israël, dat zij hiernaar doen zouden,
22 9, 7 | huwelijk genomen, om zonden op Israël te leggen.~
23 9, 37| Levieten, en die anderen uit Israël zetten zich neder te Jeruzalem,
|