Chapter, Verse
1 1, 48| inzettingen des Heren, des Gods van Israël.~
2 4, 55| de dag toe dat het huis Gods zou voleindigd, en Jeruzalem
3 5, 44| als zij nu in de tempel Gods te Jeruzalem kwamen, beloofden
4 5, 44| kwamen, beloofden het huis Gods op te richten in zijn plaats,
5 5, 49| het boek van Mozes de man Gods verhaald staat.~
6 5, 56| nadat hij tot de tempel Gods te Jeruzalem was gekomen,
7 5, 57| het fundament van het huis Gods in de nieuwe maan van de
8 6, 18| weggevoerd had uit het huis Gods dat te Jeruzalem was, en
9 8, 3 | wet van Mozes, die door de Gods Israëls was gegeven.~
10 8, 15| de tempel des Heren, huns Gods, die te Jeruzalem is; en
11 8, 16| het altaar des Heren, huns Gods, die te Jeruzalem is;~
12 8, 17| volbrengt dat naar de wil uws Gods.~
13 8, 18| gebruik van de tempel uws Gods,~
14 8, 21| van de wet des hoogsten Gods zal aanschrijven, die zij
15 8, 23| zorgvuldig volbracht naar de wet Gods, voor de hoogste God; opdat
16 8, 23| hoogste God; opdat de toorn Gods niet kome over het koninkrijk
17 8, 26| gij Ezra, naar de wijsheid Gods, stel tot rechters en scheidslieden,
18 8, 26| al degenen die de wet uws Gods verstaan, leer hun, die
19 8, 27| 27 En al die de wet uws Gods en des konings overtreden,
20 8, 30| de hulp des Heren, mijns Gods; en vergaderde mannen uit
21 8, 47| priesterschap in het huis onzes Gods mochten bedienen.~
22 8, 60| cellen van het huis onzes Gods.~
23 8, 80| het huis des Heren onzes Gods, en om ons spijs te geven
|