Chapter, Verse
1 2, 4 | dat ik hem een huis zou bouwen te Jeruzalem, dat in Judea
2 2, 8 | des Heren te Jeruzalem te bouwen.~
3 2, 18| en boos is, hun straten bouwen, en hun muren herstellen,
4 2, 28| verhinderen hun stad te bouwen; en dat men daarop acht
5 4, 6 | oorlog voeren, maar het land bouwen, wanneer ze gezaaid hebben,
6 4, 8 | zegt hij dat men bouwe, zo bouwen zij.~
7 4, 43| van Jeruzalem te zullen bouwen, op de dag waarop gij uw
8 4, 45| hebt beloofd de tempel te bouwen, welke de Idumeeërs verbrand
9 4, 47| opgingen om Jeruzalem te bouwen.~
10 4, 48| zij de stad met hem zouden bouwen.~
11 4, 53| zouden opgaan om de stad te bouwen, vrijheid zouden hebben,
12 4, 63| trekken en Jeruzalem te bouwen en de tempel waarover zijn
13 5, 68| tot hen, laat ons met u bouwen.~
14 5, 71| toe tezamen het huis te bouwen voor de Here onze God:~
15 5, 72| alleen voor de Here Israëls bouwen, volgens hetgeen Cyrus,
16 5, 73| verhinderden zij hun te bouwen.~
17 6, 2 | Josedek, en begonnen weder te bouwen het huis des Heren, dat
18 6, 4 | heeft u bevolen dat huis te bouwen, en dat dak, en al deze
19 6, 11| heeft u bevolen dat huis te bouwen, en de grond van deze werken
20 6, 17| dat men dit huis weder zou bouwen.~
21 6, 24| des Heren te Jeruzalem zou bouwen, waar men offeranden doen
22 6, 27| huis des Heren zouden laten bouwen, op zijn plaats.~
|